92001E1987

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1987/01 van Dorette Corbey (PSE) en Jan Wiersma (PSE) aan de Raad. 33ste Algemene Vergadering van ICAO (25 september t/m 5 oktober 2001).

Publicatieblad Nr. 081 E van 04/04/2002 blz. 0088 - 0089


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1987/01

van Dorette Corbey (PSE) en Jan Wiersma (PSE) aan de Raad

(12 juli 2001)

Betreft: 33ste Algemene Vergadering van ICAO (25 september t/m 5 oktober 2001)

Op 14 december 2000 heeft het Parlement een resolutie aangenomen over de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's Belasting op vliegtuigbrandstof(1), waarin het Parlement het Voorzitterschap en de Commissie verzoekt het Parlement volledig op de hoogte te houden van de 33ste Algemene Vergadering van ICAO, die gepland staat van 25 september t/m 5 oktober 2001.

Gezien de klimaatproblematiek en de bijdrage van de luchtvaart aan de uitstoot van CO2 lijkt de ICAO-vergadering, zeker in het licht van de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling, een goede gelegenheid om concrete maatregelen te nemen ter beperking van de uitstoot van broeikasgassen door het luchtverkeer.

1. Kan de Raad aangeven wat de inbreng van de EU zal zijn met name ten aanzien van de accijns op vliegtuigbrandstof? Welke andere maatregelen ter beperking van de uitstoot van CO2 door de luchtvaart stelt de EU voor? Wat is de reactie van de EU op de ontwikkeling door Boeing van een hoge-snelheidtoestel (Sonic Cruiser) dat 35 % meer brandstof verbruikt dan normale vliegtuigen (zie The Times van 19 juni 2001)?

2. Is het Voorzitterschap voornemens om het Parlement voorafgaand aan de 33ste Algemene Vergadering van ICAO, tijdig te informeren over de inbreng van de EU? Zo ja, wanneer en op welke wijze en door wie zal dat worden gedaan?

3. Is het Voorzitterschap voornemens om het Parlement na afloop van de 33ste Algemene Vergadering van ICAO te informeren over de resultaten van deze conferentie? Zo ja, wanneer, op welke wijze en door wie zal dat worden gedaan?

(1) COM(2000) 110 C5-0207/2000 2000/2114 (COS).

Antwoord

(6 december 2001)

1. De Raad herinnert de Geachte Afgevaardigden eraan dat hij tijdens zijn zitting van 29 juni 2000 de conclusies die in de op 3 maart 2000 ingediende mededeling van de Commissie met betrekking tot de belasting op vliegtuigbrandstof zijn vervat, in het algemeen heeft onderschreven, waarbij de volgende opmerkingen werden gemaakt:

- de grote meerderheid van de delegaties is van oordeel dat, in beginsel en ten behoeve van de samenhang van het belastingstelsel, brandstof voor de commerciële luchtvaart op dezelfde wijze als andere brandstof moet worden belast;

- er moet evenwel rekening worden gehouden met de concurrentie van derde landen en elke concurrentievervalsing met sociaal-economische gevolgen moet worden vermeden; een unilaterale maatregel van de Europese Gemeenschap met betrekking tot die belasting zou niet wenselijk zijn;

- in die omstandigheden wordt geoordeeld dat de te volgen strategie erin moet bestaan dit dossier binnen de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) te bespreken;

- de Raad vindt bovendien dat andere belastingmaatregelen of andere technische oplossingen zouden kunnen worden overwogen om de CO2-emissies te verminderen; hij heeft nota genomen van het feit dat de Commissie bereid is dergelijke maatregelen te bestuderen.

2. Wat de Sonic Cruiser van Boeing betreft, zullen de Geachte Afgevaardigden wel willen begrijpen dat het voor de Europese Unie voorbarig is om een standpunt in te nemen over een vliegtuig dat zich nog in een vroeg ontwerpstadium bevindt. De milieuoverwegingen van de EU zijn evenwel bekend bij de luchtvaartindustrie overal ter wereld en in het bijzonder bij Boeing, een bedrijf dat de Europese markt en zijn regelgeving zeer goed kent.

3. De Europese Gemeenschap en haar lidstaten hebben, ter bespreking tijdens de 33e Vergadering van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), een werkdocument ingediend met aanbevelingen over een strategie voor de ontwikkeling van marktgerichte maatregelen ter vermindering van de emissies in de luchtvaart. De Vergadering van de ICAO zal worden verzocht het reeds verrichte werk op het gebied van marktgerichte maatregelen te erkennen en nogmaals het belang te onderstrepen van het voortzetten en afronden van de besprekingen over richtsnoeren voor de staten met betrekking tot emissies-gerelateerde heffingen (op brandstof en op emissies), met inbegrip van maatregelen die duidelijk maken dat externe milieukosten kunnen worden geïnternaliseerd.

4. Het Europees Parlement zal voor en na de 33e Vergadering van de ICAO via de gebruikelijke institutionele mechanismen op de hoogte worden gebracht.