SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1983/01 van Dorette Corbey (PSE) aan de Commissie. Implementatie milieuwetgeving.
Publicatieblad Nr. 040 E van 14/02/2002 blz. 0153 - 0153
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1983/01 van Dorette Corbey (PSE) aan de Commissie (6 juli 2001) Betreft: Implementatie milieuwetgeving De Europese Commissie legt terecht veel nadruk op het belang van een goede implementatie van milieuwetgeving. Milieuwetgeving is vaak technisch en gecompliceerd. 1. Is bij DG Milieu voldoende personeel aanwezig om de implementatie van de Europese milieuwetgeving op de voet te volgen en zo nodig stappen te nemen tegen lidstaten die in gebreke blijven? 2. Hoe vaak komt het bij DG Milieu voor dat een inbreukprocedure tegen een lidstaat wordt voorbereid door een ambtenaar die door diezelfde lidstaat wordt betaald? Antwoord van mevrouw Wallström namens de Commissie (6 september 2001) Krachtens Artikel 211 (ex Artikel 155) van het EG Verdrag, is één van de taken van de Commissie toe te zien op de correcte toepassing van de bepalingen van het Verdrag en van de bepalingen welke de instellingen krachtens dit Verdrag vaststellen. Implementatie van de milieuwetgeving van de Gemeenschap is bijgevolg één van de voornaamste prioriteiten van de Commissie. Het aantal klachten over vermeende gevallen van niet-naleving van de communautaire milieuwetgeving dat de afgelopen jaren is binnengekomen bij het Directoraat-generaal Milieu, is gestadig toegenomen. In 1996 zijn l62 nieuwe klachten geregistreerd en in 2000 zijn 534 nieuwe klachten ingediend bij de Commissie. Op 25 juli 2001 waren er in totaal 1161 lopende onderzoeken van gevallen van niet-naleving van de communautaire milieuwetgeving. Dat is 34 % van het totale aantal lopende zaken van de Commissie. In diezelfde periode heeft de eenheid die verantwoordelijk is voor het toezicht op de implementatie van de communautaire milieuwetgeving een personeelsversterking gekend (zowel door interne mutaties van aanwezige personele middelen als door nieuwe posten) van nagenoeg 20 %. Deze personeelsuitbreiding heeft echter geen gelijke tred gehouden met de steeds grotere werklast en de eenheid blijft een prioritaire bestemming voor extra personeel indien dit beschikbaar komt zoals de Commissie heeft gevraagd in het voorontwerp van begroting voor 2002. In de voorbereidende fase maakt de Commissie ten volle gebruik van de expertise die door de regeringen van de lidstaten ter beschikking wordt gesteld in de vorm van gedetacheerde nationale deskundigen. Het toezicht op de implementatie van de taken die de Commissie overeenkomstig Artikel 211 van het EG Verdrag vervult, en met name de voorbereiding en implementatie van besluiten van de Commissie in het kader van de inbreukprocedures bedoeld in de Artikelen 226 (ex Artikel 169) en 228 (ex Artikel 171) van het EG Verdrag, wordt echter uitgeoefend onder leiding van het eigen personeel van de Commissie.