92001E1889

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1889/01 van Ioannis Marínos (PPE-DE) aan de Commissie. Toetreding van nieuwe landen tot de Unie.

Publicatieblad Nr. 364 E van 20/12/2001 blz. 0220 - 0221


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1889/01

van Ioannis Marínos (PPE-DE) aan de Commissie

(27 juni 2001)

Betreft: Toetreding van nieuwe landen tot de Unie

Volgens de luxe-uitgave Facts about Turkey van het Turkse Persbureau, dat enige tijd geleden aan alle leden van het Europees Parlement is verstrekt, bevindt 97 % van het Turkse grondgebied zich in Azië en 3 % in Europa (Oost-Thracië). Iets dergelijks is het geval met Rusland, al is het deel van het grondgebied dat zich in Europa bevindt veel meer dan 3 % en strekt zich dit uit tot aan de Oeral. Turkije is sinds december 1999 kandidaat voor de toetreding tot de Unie, hoewel slechts een zeer gering deel van het land tot Europa behoort. Rusland, een land met een enorme markt en onuitputtelijke natuurlijke hulpbronnen, heeft deze status nog niet verworven omdat het land hiertoe nog geen aanvraag heeft ingediend.

Kan de Europese Commissie meedelen of een eventueel toetredingsverzoek in de verdere toekomst tot uitbreiding van de geografische grenzen tot de kusten van het Verre Oosten en nabuurschap met landen als China en Japan zou leiden? Kan zij - wanneer voldaan is aan de voorwaarden van Kopenhagen - onderzoek instellen naar een model voor een toekomstige toetreding van de Unie van gebieden als bijvoorbeeld Europees Rusland of Oost-Thracië (Europees Turkije), die zeker tot Europa behoren en een economisch ontwikkelingspeil hebben dat aanzienlijk hoger ligt dan dat van de overige delen van de landen waarvan zij deel uitmaken?

Hoe nuttig acht de Commissie een dergelijk onderzoek naar een dergelijke ontwikkeling, die zou kunnen leiden tot de opname van regio's van deze landen tot het Europees bouwwerk, waarbij tegelijkertijd de negatieve ontwikkelingen worden vermeden waarbij de EU de lasten te dragen zou krijgen van de economische convergentie van onderontwikkelde en afgelegen regio's die bovendien geografisch gezien niet tot Europa behoren?

Antwoord van de heer Verheugen namens de Commissie

(31 juli 2001)

Dat Turkije gezien wordt als een Europese staat die lid van de Gemeenschap zou kunnen worden, is vastgesteld in het kader van de associatieovereenkomst tussen de Gemeenschap en Turkije (artikel 28) die op 12 september 1963 is ondertekend en op 1 december 1964 in werking is getreden nadat zij overeenkomstig de onderscheidenlijke grondwettelijke procedures door alle ondertekenende partijen is bekrachtigd.

De Russische Federatie heeft op geen enkele wijze laten blijken dat zij belangstelling heeft voor lidmaatschap van de Unie. De betrekkingen tussen Rusland en de Unie berusten op de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Unie en Rusland, die op 1 december 1997 in werking is getreden. Een van de doelstellingen daarvan is een passend kader voor de geleidelijke integratie tussen Rusland en een uitgestrekter samenwerkingsgebied in Europa tot stand te brengen.

De verdragen voorzien niet in de mogelijkheid van toetreding tot de Unie van regio's die deel uitmaken van soevereine derde staten. De Commissie is derhalve niet voornemens studies te wijden aan dergelijke eventualiteiten.