SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1468/01 van Guido Podestà (PPE-DE) aan de Raad. Toestand van vrouw en maatschappij in Afghanistan.
Publicatieblad Nr. 081 E van 04/04/2002 blz. 0027 - 0028
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1468/01 van Guido Podestà (PPE-DE) aan de Raad (21 mei 2001) Betreft: Toestand van vrouw en maatschappij in Afghanistan In Afghanistan heeft de Taliban een fundamentalistisch regime ingesteld dat gebaseerd is op religieus integrisme en seksuele discriminatie. De burgeroorlog die in het land al jaren bloed doet vloeien heeft geleid tot vijf miljoen vluchtelingen, meer dan een miljoen gehandicapten en wijd verspreide armoede. Vrouwen vormen de meerderheid in dit land, waar 700 000 weduwen wonen. De gezinnen waarvoor deze zorgen, leven in uiterst ellendige omstandigheden, die nog worden verergerd door de edicten van de Taliban, die hen verbieden buitenshuis te werken. Het verbod voor vrouwen om onderwijs te volgen, al is het basisonderwijs, verergert de al ernstige situatie van analfabetisme en onderworpenheid. Vrouwen hebben als gevolg van deze beperkingen, die neerkomen op een permanente schending van de mensenrechten, zeker het meest te lijden, maar de algemene toestand in de maatschappij is behoorlijk ernstig. Hoe is de Raad van plan op te treden om de door het huidige regime verdrukte bevolking de nodige steun te verlenen? Welk actie is de Raad van plan op internationaal niveau te ondernemen om de eerbiediging te garanderen van de burger- en mensenrechten? Welke actie heeft de Raad op het niveau van de internationale betrekkingen ondernomen om het leveren van wapens en uitrusting aan de fundamentalisten te voorkomen? Antwoord (20 november 2001) In antwoord op verscheidene mondelinge en schriftelijke vragen gedurende de afgelopen weken en maanden heeft de Raad het Europees Parlement herhaaldelijk en uitvoerig geïnformeerd over zijn standpunt betreffende diverse aspecten van de Afghaanse problematiek en met name over maatregelen die zijn genomen met betrekking tot de humanitaire crisis en de verlichting van het lijden van de Afghaanse vrouwen. Aangezien er geen bijzondere nieuwe ontwikkelingen zijn, verwijst de Raad het geachte parlementslid derhalve naar de antwoorden op de vragen O-0032/2001, O-0052/2001, H-0170/2001, H-0481/2001 en E-0088/2001.