SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1352/01 van Richard Corbett (PSE) aan de Commissie. Driewielers voor gehandicapten.
Publicatieblad Nr. 364 E van 20/12/2001 blz. 0089 - 0090
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1352/01 van Richard Corbett (PSE) aan de Commissie (7 mei 2001) Betreft: Driewielers voor gehandicapten Is het de Commissie bekend dat in een bepaalde lidstaat geproduceerde driewielers voor gehandicapten niet altijd door gehandicapten in andere lidstaten kunnen worden gebruikt omdat er verschillende regels bestaan over eventuele speciale vergunningen en over het eventuele besturen van dergelijke voertuigen door gehandicapten? Overweegt de Commissie deze problematiek aan te pakken? Antwoord van mevrouw de Palacio namens de Commissie (13 juli 2001) In de communautaire wetgeving wordt in verband met rijbewijzen(1) en typegoedkeuringen(2) onderscheid gemaakt tussen twee categorieën driewielers: driewielers met een maximumsnelheid van meer dan 45 kilometer per uur (km/h) en langzamere driewielers. Hierbij moet worden opgemerkt dat de zogenaamde lichte gemotoriseerde drie- en vierwielers die niet onder Richtlijn 91/439/EEG betreffende het rijbewijs vallen, nog steeds een nationale aangelegenheid zijn. Bijgevolg kan elke lidstaat zijn eigen regels voor het gebruik ervan vaststellen. Wanneer iemand echter in het bezit is van een rijbewijs voor een driewieler waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid meer bedraagt dan 45 km/h en die driewieler in overeenstemming met de bovengenoemde richtlijn betreffende het rijbewijs is aangepast, wordt dit door de lidstaten onderling erkend. Er zijn verschillen tussen de lidstaten, omdat punt 5 van bijlage III van bovengenoemde richtlijn toestaat dat de lidstaten voor de afgifte of verlenging van een rijbewijs strengere normen vaststellen dan de in bijlage III vervatte minimumnormen. Bovendien wordt de vraag of en onder welke voorwaarden een gehandicapte mag rijden uiteraard onderzocht door de betrokken nationale medische instanties die verantwoordelijk zijn voor het medisch onderzoek. Het valt niet te vermijden dat bij de interpretatie van identieke wetgeving op dit vlak kleine verschillen optreden, niet alleen tussen lidstaten, maar ook tussen de bevoegde medische instanties binnen dezelfde lidstaat, als gevolg van de onvermijdelijke verschillende inzichten van de artsen. De Commissie wil de mobiliteit en het vrije verkeer van gehandicapten bevorderen. Daarom worden momenteel de acties onderzocht die in de verschillende lidstaten zijn ondernomen om binnen de Gemeenschap tot een meer geharmoniseerde aanpak te komen. (1) Richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, PB L 237 van 24.8.1991. (2) Richtlijn 92/61/EEG van de Raad van 30 juni 1992 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen, PB L 225 van 10.8.1992.