92001E1285

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1285/01 van Theresa Villiers (PPE-DE) aan de Commissie. BTW.

Publicatieblad Nr. 364 E van 20/12/2001 blz. 0074 - 0076


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1285/01

van Theresa Villiers (PPE-DE) aan de Commissie

(3 mei 2001)

Betreft: BTW

1. Kan de Commissie bevestigen dat zij als doel op lange termijn nog altijd vasthoudt aan de BTW-regeling van het uiteindelijke land van oorsprong? Acht de Commissie meer BTW-harmonisatie wenselijk?

2. Kan de Commissie bevestigen dat de Britse nultarief-regeling, die momenteel voor kinderkleren en kranten geldt, nog altijd wordt beschouwd als een overgangsmaatregel in afwachting van de goedkeuring van een gemeenschappelijke BTW-regeling, zoals Commissaris Bolkestein stelt in zijn antwoord op Parlementaire vraag E-1635/00(1) van 5 juli 2000?

3. Kan de Commissie bevestigen dat van de toetredingslanden wordt verwacht dat zij volledige BTW-tarieven invoeren voor artikelen zoals kinderkleren, schoenen en luiers wanneer zij tot de Europese Unie toetreden?

4. Kan de Commissie het werk dat momenteel op het gebied van BTW wordt verricht toelichten, en houdt dit ook een nieuw werkprogramma in?

5. Zo ja, wat zijn de prioriteiten van de Commissie volgens het nieuwe werkprogramma en is het programma door de lidstaten besproken?

6. Heeft de Commissie vooruitgang geboekt bij een of meer mogelijke latere prioriteiten als vervat in COM(2000) 348:

- Behandeling van subsidies, van de overheid en van de activiteiten van algemeen belang

- Behandeling van de financiële diensten en de verzekeringsdiensten

- Arresten van het Hof

- Regels inzake de levering van goederen

- Versterking van de administratieve samenwerking

- Harmonisatie tussen douane en fiscaliteit

- Herziening van de plaats waar de belastingheffing op diensten plaatsvindt (artikel 9)

- Rationalisatie van de afwijkingen die zijn toegestaan op grond van artikel 27

- Rationalisatie van de verschillende opties, mogelijkheden en afwijkingen

- Rationalisatie van de BTW-tarieven

- De regeling die van toepassing is op KMO's?

(1) PB C 72 E van 6.3.2001, blz. 92.

Antwoord van de heer Bolkestein namens de Commissie

(4 juli 2001)

1. Zoals zij in haar mededeling aan de Raad en het Europees Parlement van 7 juni 2000 inzake de nieuwe BTW-strategie(1) heeft verklaard, is de Commissie van oordeel dat de interne markt beter zou functioneren met een BTW-systeem dat op belastingheffing in de lidstaat van oorsprong gebaseerd is dan met het overgangssysteem dat momenteel van toepassing is. De Commissie is derhalve voornemens het definitieve systeem als lange-termijndoelstelling van de Gemeenschap te handhaven. Zij is evenwel van mening dat in bepaalde sectoren van de bestaande BTW-regelingen verdere harmonisatie op korte termijn noodzakelijk is om de interne markt beter te doen functioneren.

2. Het antwoord op schriftelijke vraag E-1635/00 van het geachte parlementslid betreffende het door Groot-Brittannië toegepaste nulrecht op kinderkleding en kranten is nog steeds geldig.

3. De Commissie bevestigt dat de kandidaat-lidstaten bij toetreding tot de Europese Unie het normale BTW-tarief op, onder meer, kinderkleding, schoeisel en luiers zullen moeten toepassen. Een van deze kandidaat-lidstaten heeft evenwel om een overgangsperiode voor de voorgenoemde producten verzocht. Dit verzoek is momenteel bij de Raad in behandeling.

4. In de voorgenoemde mededeling zijn de lopende werkzaamheden op het gebied van de BTW in bijzonderheden uiteengezet. De Raad heeft in het kader van deze nieuwe strategie twee richtlijnen goedgekeurd (Richtlijn 2000/65/EG van de Raad van 17 oktober 2000 tot wijziging van de Zesde BTW-richtlijn 77/388/EEG van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag(2), met betrekking tot de bepaling van degene die tot voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde gehouden is(3) en Richtlijn 2001/41/EG van de Raad van 19 januari 2001 tot wijziging van de Zesde BTW-richtlijn (77/388/EEG) wat betreft de geldigheidsduur van de minimumhoogte van het normale tarief(4)). Voorts werd een politiek akkoord bereikt over het voorstel tot verbetering van de wederzijdse bijstand bij de invordering. Een aantal andere voorstellen is nog bij de Raad in behandeling.

5. en 6. In maart 2001 heeft de Commissie de lidstaten in de fiscale-beleidsgroep een evaluatie voorgelegd van de met betrekking tot de nieuwe strategie gemaakte vorderingen en heeft zij nieuwe prioriteiten voor 2001 vastgesteld. De Commissie is wat dit betreft voornemens nieuwe voorstellen te doen betreffende onder meer de herziening van de Zesde BTW-richtlijn, de plaats van levering van goederen en de bijzondere regelingen voor reisbureaus. Teneinde in 2002/2003 nog meer formele voorstellen te kunnen doen is de Commissie bovendien voornemens een aanvang te maken met de voorbereidende werkzaamheden op een aantal andere gebieden, zoals de behandeling van subsidies, de activiteiten van overheidsdiensten en diensten van openbaar nut, de coördinatie van de douane- en belastingregelingen, de rationalisatie van de afwijkingen krachtens artikel 27 van de Zesde Richtlijn, de follow-up van

het SLIM-project (eenvoudiger wetgeving voor de interne markt) en een herziening van de bepalingen inzake de plaats waar diensten worden belast. Dit indienen van nieuwe voorstellen door de Commissie zal evenwel grotendeels afhankelijk zijn van de vorderingen die in de Raad met de goedkeuring van de reeds ingediende voorstellen worden gemaakt.

(1) COM(2000) 348 def.

(2) PB L 145 van 13.6.1977.

(3) PB L 269 van 21.10.2000.

(4) PB L 22 van 24.1.2001.