SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1205/01 van Francesco Turchi (UEN) aan de Commissie. Organisatorische problemen en herstructurering bij de groep Finmeccanica.
Publicatieblad Nr. 364 E van 20/12/2001 blz. 0060 - 0061
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1205/01 van Francesco Turchi (UEN) aan de Commissie (19 april 2001) Betreft: Organisatorische problemen en herstructurering bij de groep Finmeccanica De plannen voor de herstructurering van de groep Finmeccanica hebben grote verontrusting teweeggebracht onder het personeel van de groep en van de associatie Alenia Aerospazio, Alenia Difesa en Alenia Marconi Systems, een Italiaans-Britse joint venture op het gebied van militaire elektronica, waarvan de leiding aan een Brit is toevertrouwd. De groep heeft alleen al voor de activiteiten in Italië verliescijfers van zo'n 230 miljard lire bekend gemaakt. De waarde van de productie wordt op 1 577 miljard geraamd en in het orderboekje staan nieuwe bestellingen voor een bedrag van 1 168 miljard. De groep komt niettemin voor de dag met een herstructureringsplan dat uitsluitend ten koste gaat van de werkgelegenheid in Italië. 400 werknemers van de productie-eenheden in Giugliano en Fusaro worden immers met ontslag bedreigd. Kan de Commissie nagaan of er sprake is van een dominante positie van de Britse vertegenwoordiger in het interne bestuur van de groep, die overigens op paritaire basis wordt geleid? Kan zij voorts het plan om de O & O-afdeling en de productieafdeling van Alenia Marconi Systems af te splitsen laten onderzoeken om te verhinderen dat de oprichting van een nieuwe maatschappij negatieve gevolgen heeft voor de werkgelegenheid in Italië in deze sector? Antwoord van de heer Monti namens de Commissie (5 juli 2001) Met betrekking tot de structuur van de zeggenschap over genoemde ondernemingen kwam de Commissie in haar beschikking van 28 augustus 1998 in zaak M.1258 GEC Marconi/Alenia(1) tot de conclusie dat GEC-Marconi en Finmeccanica S.p.A. (via de haar volledig toebehorende dochteronderneming Alenia Systems S.p.A.) de gezamenlijke zeggenschap hadden over Alenia Marconi Systems in de zin van artikel 3, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de controle op concentraties van ondernemingen(2) (de concentratieverordening). De Commissie meent dat de rechten van GEC Marconi in Alenia Marconi Systems werden overgedragen aan BAe Systems als resultaat van de daarop volgende overname van GEC Marconi door BAe. De Commissie hecht het grootste belang aan de sociale gevolgen van bedrijfsherstructureringen maar beschikt, afgezien van deze beoordeling, welke strikt beperkt is tot het mandaat van de Commissie uit hoofde van de concentratieverordening, niet over informatie betreffende de genoemde kwestie en kan zich niet beroepen op een andere rechtsgrondslag om een onderzoek in te stellen naar individuele herstructureringen, tenzij de herstructurering wordt gefinancierd met overheidssteun. (1) PB C 306 van 6.10.1998. (2) PB L 395 van 30.12.1989 zoals gewijzigd door PB L 257 van 21.9.1990.