SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1189/01 van Juan Naranjo Escobar (PPE-DE) aan de Commissie. Toeristenklasse-syndroom.
Publicatieblad Nr. 340 E van 04/12/2001 blz. 0195 - 0196
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1189/01 van Juan Naranjo Escobar (PPE-DE) aan de Commissie (19 april 2001) Betreft: Toeristenklasse-syndroom Er doen zich op langeafstandsvluchten regelmatig gevallen voor van het zogeheten toeristenklasse-syndroom, soms met dodelijke afloop, als gevolg van het feit dat passagiers op intercontinentale vluchten urenlang onbeweeglijk in smalle stoelen moeten blijven zitten. Dit verschijnsel is het resultaat van het feit dat luchtvaartmaatschappijen maximaal gebruik willen maken van de in hun vliegtuigen beschikbare ruimte, teneinde de rendabiliteit van hun langeafstandsvluchten te verhogen. De limiet is nu echter bereikt. Om het leven van de passagiers te beschermen dienen regels te worden vastgesteld wat betreft de ruimte waarover elke passagier moet kunnen beschikken om voldoende te kunnen bewegen en aldus een embolie, en dus het toeristenklasse-syndroom, te voorkomen. Is de Commissie niet van oordeel dat het recht op leven van de passagiers van intercontinentale vluchten moet worden beschermd en dat maatregelen moeten worden getroffen om de luchtvaartmaatschappijen ertoe te verplichten op hun langeafstandsvluchten plaatsen aan te bieden die de nodige garanties geven wat de bescherming van het leven van de passagiers betreft? Antwoord van mevrouw de Palacio namens de Commissie (12 juni 2001) De recente verslagen en ontwikkelingen op het gebied van diep-veneuze trombose (DVT) en de situatie in vliegtuigcabines zijn de Commissie terdege bekend en zij neemt de bezorgdheid van de passagiers zeer ernstig. De Commissie heeft verschillende verslagen bestudeerd, met name het verslag van het Comité voor wetenschap en technologie van het Hogerhuis. Op grond van een voorlopige beoordeling heeft de Commissie geen echte basis kunnen vinden voor de extreme beweringen omtrent de gezondheidsrisico's van vliegreizen. Zij neemt het gevaar van de gezondheidsrisico's, met name van DVT, echter heel ernstig, te meer omdat er maar weinig gegevens bekend zijn over het vóórkomen van de klacht. Als eerste voorzorgsmaatregel heeft mevrouw de Palacio, vice-voorzitster van de Commissie en verantwoordelijk voor het vervoersbeleid, een brief geschreven aan de voorzitters van de Vereniging van Europese luchtvaartmaatschappijen, de Vereniging van regionale Europese luchtvaartmaatschappijen en de Internationale vereniging van luchtvaartmaatschappijen, waarin zij er bij hun leden op aandringt voorzorgsmaatregelen in verband met DVT te nemen. In haar brief dringt zij er de luchtvaartmaatschappijen op aan snel op te treden om de risico's te beperken door de passagiers, wanneer deze een vliegreis reserveren of tickets bestellen, informatie te geven over de risico's, over factoren die extra risico's opleveren en over voorzorgsmaatregelen die vóór lange vluchten kunnen worden genomen, en door de passagiers aan boord van het vliegtuig te vertellen wat ze kunnen doen om de kans op trombose te verminderen. Een aantal luchtvaartmaatschappijen heeft op eigen initiatief al waarschuwingen vóór het instappen en voorlichting tijdens de vlucht ingevoerd (zoals brochures, videobeelden en artikelen in de tijdschriften die ze aan boord verstrekken waarin oefeningen worden getoond en wordt vermeld wat de passagiers moeten doen en niet moeten doen). In eerste instantie was de Commissie van plan, zoals zij heeft vermeld in een eerder gecombineerd antwoord op de schriftelijke vragen E-0151/01 van de heer Hatzidakis, E-0155/01 van mevrouw Roth-Behrendt en de heer Souladakis, E-0191/01 van de heer Davies, E-0233/01 van mevrouw Garcia Orcoyen Tormo, E-0271/01 van de heer Duin en P-0353/01 van Sir Robert Atkins(1), werkgroepen van deskundigen in te stellen: één voor de effecten van DVT en één voor de luchtkwaliteit en de omstandigheden in de cabine. Inmiddels is de Commissie van mening, gezien de verschillende initiatieven en met name een speciale conferentie die in maart 2001 door de Wereldgezondheidsorganisatie is georganiseerd, dat het efficiënter zou zijn een financiële bijdrage te leveren tot het onderzoek dat op internationaal niveau zal worden uitgevoerd en dat de volgende aspecten zal bestrijken: 1. nagaan of er een verband is tussen vliegreizen en DVT, dit verband kwantificeren als het bestaat, en aanwijzingen zoeken voor factoren die een rol spelen bij het ontstaan van de aandoening; 2. speciaal onderzoek bij groepen vrijwilligers, waarbij wordt gekeken naar apart optredende onafhankelijke risicofactoren door omgeving en gedrag; 3. deugdelijk gecontroleerd onderzoek met passagiers waarin met gestandaardiseerde diagnostische methoden naar preventieve maatregelen wordt gekeken. Dit onderzoekprogramma zou in de zomer van 2001 van start moeten gaan. De Commissie zal de resultaten van deze werkzaamheden, zodra ze zijn afgerond, zeker aan het Parlement toezenden. Bij de huidige stand van de wetenschappelijke kennis is de Commissie echter niet van plan voorstellen voor nieuwe regelgeving op dit gebied te doen. (1) PB C 235 E van 21.8.2001, blz. 132.