SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1055/01 van Glyn Ford (PSE) aan de Commissie. Vrij verkeer van personen.
Publicatieblad Nr. 318 E van 13/11/2001 blz. 0194 - 0194
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1055/01 van Glyn Ford (PSE) aan de Commissie (5 april 2001) Betreft: Vrij verkeer van personen Kan de Commissie aangeven op welke wijze het verbod op het bezoek van vrouwen aan de Athosberg strookt met de Verdragen van de Europese Unie? Welke stappen denkt zij te ondernemen om aan deze anomalie een einde te maken? Antwoord van de heer Vitorino namens de Commissie (11 juni 2001) De gemeenschappelijke verklaring betreffende de Athos-berg, die gehecht is aan de slotakte van de Toetredingsakte van Griekenland tot de Gemeenschappen(1), erkent dat het bijzondere statuut van de Athos-berg uitsluitend gerechtvaardigd is om redenen van spirituele en religieuze aard, en dat de Gemeenschap daarmee rekening zal houden bij de toepassing en de latere uitwerking van de bepalingen van het gemeenschapsrecht, met name met betrekking tot douane- en belastingvrijstellingen en recht van vestiging. Deze verklaring werd bevestigd door zowel het Verdrag van Amsterdam (verklaringen waarvan de Conferentie akte heeft genomen - verklaring van Griekenland inzake het statuut van kerken en niet-confessionele verenigingen en gemeenschappen(2)), als de slotakte van de overeenkomst betreffende de toetreding van Griekenland tot de overeenkomst ter uitvoering van het Schengen-akkoord(3). Gezien deze bepalingen en het feit dat het absolute verbod van toegang tot de Athos-berg voor vrouwen een traditie is die reeds meer dan duizend jaar bestaat en om religieuze redenen gerechtvaardigd is, is de Commissie niet voornemens maatregelen te nemen om bedoeld verbod op te heffen. Tenslotte zij erop gewezen dat voor de toegang van mannen tot de Athos-berg, die een autonome regio van Griekenland is, een administratieve vergunning vereist is welke ook voor Griekse onderdanen geldt. (1) PB L 291 van 19.11.1979. (2) PB C 340 van 10.11.1997. (3) PB L 239 van 22.9.2000.