92000E3795

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3795/00 van Armando Cossutta (GUE/NGL) aan de Commissie. Gekke koeien en beendermeel in Italië.

Publicatieblad Nr. 187 E van 03/07/2001 blz. 0053 - 0055


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3795/00

van Armando Cossutta (GUE/NGL) aan de Commissie

(7 december 2000)

Betreft: Gekke koeien en beendermeel in Italië

Op 16 november 2000 heeft de openbaar aanklager in Turijn een bedrijf uit die stad aangeklaagd op de beschuldiging dat het runderen met een BSE-risico heeft geslacht en daarmee de verbodsbepalingen heeft ontdoken. Deze praktijk schijnt op grote schaal voor te komen, omdat met de stalregisters makkelijk geknoeid schijnt te kunnen worden en het verbod op beendermeel voor diervoeding niet in de gehele Europese Unie van kracht is. De verkoop en het verstrekken van riskant vlees is daardoor maar al te goed mogelijk.

Kan de Commissie meedelen:

1. of zij door de Italiaanse autoriteiten van het bovenstaande op de hoogte is gesteld en welke initiatieven zij heeft genomen of denkt te nemen om de burgers te beschermen tegen het in omloop komen van gevaarlijk voedsel in de Unie;

2. welke concrete maatregelen zij heeft genomen of denkt te nemen om het gevaar dat geïnfecteerd vlees op de markt komt drastisch te verminderen;

3. of zij niet van mening is dat de diervoedingswetgeving een uitermate urgent probleem is dat definitief moet worden opgelost om aan de bevolking gezond voedsel te kunnen bieden;

4. of zij het niet tegenstrijdig acht dat in Frankrijk tot voor kort het gebruik van beendermeel was toegestaan en dat in Italië al jarenlang een verbod bestaat, dat nog dateert van voordat de gekkekoeienziekte opdook in het Verenigd Koninkrijk?

Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie

(23 maart 2001)

De Commissie heeft van de Italiaanse autoriteiten geen informatie ontvangen over het specifieke geval van het slachten van runderen met een BSE-risico (boviene spongiforme encefalopathie) dat door de officier van justitie van Turijn, de heer Guariniello, wordt onderzocht.

De Commissie heeft reeds een omvattende reeks communautaire maatregelen genomen in verband met de volksgezondheid.

Deze maatregelen omvatten met name:

- generalisering van het verbod op het voeren van eiwitten van zoogdieren aan herkauwers van juli 1994 tot een tijdelijk verbod van verwerkte dierlijke eiwitten van alle op het land levende soorten voor alle landbouwdieren, met ingang van januari 2001;

- verwerkingsnormen voor de behandeling van dierlijke afvalstoffen (133 graden, druk van 3 bar gedurende twintig minuten), met ingang van 1 april 1997, aangescherpt met ingang van 1 januari 2001;

- verbod op het gebruik van niet voor menselijke consumptie geschikte dode dieren voor dierenvoer met ingang van 1 maart 2001;

- actieve bewakingsmaatregelen voor de opsporing, bestrijding en uitroeiing van BSE met ingang van 1 mei 1998 en de invoering van sneltests voor runderen van meer dan 30 maanden, gericht op categorieën dieren met een hoog risico met ingang van 1 januari 2001 en alle gezonde runderen vanaf 1 juli 2001;

- uitzonderlijke maatregelen ter ondersteuning van de markt ingevolge welke geen ongeteste runderen van meer dan 30 maanden voor menselijke consumptie worden vrijgegeven na 1 januari 2001;

- verwijdering uit de menselijke en dierlijke voedings- en voederketens van gespecificeerd risicomateriaal (SRM), dat goed is voor meer dan 95 % van de infectiviteit, van runderen, schapen en geiten in de gehele Gemeenschap vanaf 1 oktober 2000. Dit materiaal, in hoofdzaak hersens, ruggenmerg, ogen, tonsillen en delen van de ingewanden, werd in verscheidene lidstaten reeds vóór dit verbod verwijderd op grond van het eerste beschikking van de Commissie inzake gespecificeerd risicomateriaal van juli 1997. Uitbreiding van de lijst van te verwijderen SRM met volledige ingewanden van runderen met ingang van 1 januari 2001;

- embargo op het vervoer van levende runderen, vlees- en beendermeel en runderproducten uit Portugal en het Verenigd Koninkrijk.

Alle communautaire maatregelen zijn gebaseerd op wetenschappelijk advies en worden regelmatig bekeken door de Wetenschappelijke Stuurgroep van de Gemeenschap.

Een aantal andere belangrijke voorstellen van de Commissie ligt momenteel ter behandeling bij de Raad en het Parlement:

- voorstel voor een verordening inzake de preventie en bestrijding van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's)(1). De Landbouwraad van december 2000 bereikte een politieke overeenkomst over zijn gemeenschappelijk standpunt;

- voorstel voor een verordening inzake dierlijke bijproducten(2) om ervoor te zorgen dat alleen materiaal van voor menselijke consumptie geschikte dieren in diervoeder wordt gebuikt;

- voorstel voor een verordening tot oprichting van de Europese Voedselautoriteit verantwoordelijk voor risico-evaluatie en communicatie over voedselveiligheidskwesties(3).

De continue aanpak van BSE door de Commissie moet ook worden beoordeeld in de ruimere context van het Witboek over voedselveiligheid(4) dat een omvattende reeks voorstellen bevat om ervoor te zorgen dat het voedsel van de boer tot het bord veilig is.

De communautaire maatregelen, wanneer correct toegepast, verminderen het risico voor de consumenten aanzienlijk. De effectieve tenuitvoerlegging en handhaving van de communautaire wetgeving inzake BSE valt echter onder de bevoegdheid van de lidstaten. Het Voedsel- en Veterinair Bureau (VVB) van de Commissie voert inspecties uit om de handhaving van de wetgeving door de lidstaten te controleren en zijn verslagen worden regelmatig op de website van de Commissie gepubliceerd.

Ondanks de geconstateerde tekortkomingen kan worden geconcludeerd dat de algemene situatie sinds de eerste BSE-crisis aanzienlijk is verbeterd. De inspecties van het VVB worden opgevoerd en er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de correcte toepassing van het veevoerverbod en de recentelijk goedgekeurde maatregelen inzake SRM en tests.

Ingevolge het laatste wetenschappelijke advies van 12 januari 2001 en de conclusies van de Landbouwraad op 29-30 januari 2001 stelt de Commissie ontwerp-voorstellen op om het gebruik van separatorvlees te verbieden en om extra beperkingen in te voeren voor het gebruik van gesmolten vet van herkauwers voor diervoeder, alsook betreffende de verwijdering van de wervelkolom.

(1) PB C 45 van 19.2.1999.

(2) COM(2000) 574 def.

(3) COM(2000) 716 def.

(4) COM(1999) 719 def.