92000E3061

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3061/00 van Jillian Evans (Verts/ALE) aan de Commissie. Schone stranden.

Publicatieblad Nr. 136 E van 08/05/2001 blz. 0172 - 0172


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3061/00

van Jillian Evans (Verts/ALE) aan de Commissie

(28 september 2000)

Betreft: Schone stranden

Welke maatregelen heeft de Commissie genomen om ervoor te zorgen dat alle lidstaten de Europese wetgeving inzake schone Europese stranden en schoon zwemwater volledig naleven?

Antwoord van mevrouw Wallström namens de Commissie

(25 oktober 2000)

Een aantal Communautaire richtlijnen hebben een positieve invloed op het schoonmaken van zee- en zwemwater, vooral Richtlijn 76/160/EEG van de Raad van 8 december 1975 betreffende de kwaliteit van het zwemwater(1) en Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater(2), maar ook zoveel andere zoals Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd(3) of Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen(4) gewijzigd door Richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart 1991(5).

Als de gemeenschapsrichtlijnen niet worden nageleefd, zal de Commissie niet aarzelen alle nodige maatregelen te nemen, met inbegrip van wettelijke procedures krachtens artikel 226 (ex artikel 169) van het EG-Verdrag en krachtens artikel 228 (ex artikel 171). Dit kan tot ertoe leiden dat het Gerechtshof dwangsommen oplegt aan lidstaten die de wetgeving niet nakomen.

(1) PB L 31 van 5.2.1976.

(2) PB L 135 van 30.5.1991.

(3) PB L 129 van 18.5.1976.

(4) PB L 194 van 25.7.1975.

(5) PB L 78 van 26.3.1991.