92000E2794

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2794/00 van Markus Ferber (PPE-DE) aan de Commissie. Voor de gehele EU geldend verbod op het stoppen van ganzen.

Publicatieblad Nr. 136 E van 08/05/2001 blz. 0098 - 0099


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2794/00

van Markus Ferber (PPE-DE) aan de Commissie

(4 september 2000)

Betreft: Voor de gehele EU geldend verbod op het stoppen van ganzen

Pâté de foie gras is een extreem dure delicatesse, voor de productie waarvan het stoppen (onder dwang mesten) van ganzen en daarmee het veroorzaken van een vervette lever noodzakelijk is.

De vervette lever (foie gras) is een patholische verandering van de lever. Bij de huidige mestmethoden wordt dit orgaan tot het tienvoudige van de normale omvang vergroot en weegt het bij het beëindigen van de mest ongeveer 1000 gram. Het orgaan bestaat dan voor 85 % uit vet en heeft bovendien een hoog cholesterolgehalte.

Om een vervette lever te produceren moeten ganzen en eenden aan een verschrikkelijke marteling worden onderworpen. Bij deze procedure worden bij de dieren verscheidene malen per dag grote metalen buizen door de bek tot in de maag geschoven. Door het frequente inbrengen van deze buis worden vaak verwondingen aan de snavel en de slokdarm veroorzaakt. Na elkaar worden honderden eenden en ganzen op deze beestachtige manier gevoederd.

Het stoppen van ganzen is in Duitsland en Oostenrijk al verboden. Desondanks bestaat in Duitsland een grote vraag naar foie gras-leverpastei. Zo werd in 1992 alleen al uit Frankrijk, Hongarije en Israël 100 ton (voor een tegenwaarde van meer dan 15 miljoen DM) geïmporteerd. De wereldjaarproductie bedraagt ongeveer 14 000 ton. Ongeveer 14 miljoen eenden en ganzen moeten derhalve aan het proces van de productie van foie gras worden onderworpen.

Is het stoppen van ganzen eigenlijk wel met de voorschriften op het gebied van de dierenbescherming verenigbaar?

Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie

(24 oktober 2000)

De Commissie heeft in 1995 om een wetenschappelijk advies over de welzijnsaspecten van de productie van foie gras van eenden en ganzen verzocht. Het Wetenschappelijk Comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren heeft hierover in 1998 een rapport uitgebracht. Dit rapport kan worden geraadpleegd op het volgende Internetadres: http://www.europa.eu.int/comm/dg24/health/sc/scah/out17en.html

De Gemeenschap is een overeenkomstsluitende partij bij de Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren (die tot stand is gekomen onder auspiciën van de Raad van Europa). In het kader van de Europese Overeenkomst zijn in juni 1999 twee aanbevelingen inzake de bescherming van voor de productie van foie gras gehouden eenden en ganzen aangenomen. De Commissie en de lidstaten hebben actief aan het proces van de opstelling en goedkeuring van deze aanbevelingen deelgenomen. Het genoemde wetenschappelijke rapport is als basisinformatie gebruikt bij de afronding van de twee aanbevelingen.

In de aanbevelingen wordt de noodzaak erkend om de dieren in sociale groepen te houden en wordt het gebruik van de kleine individuele kooien die momenteel in gebruik zijn, verboden. Dit verbod wordt op 31 december 2004 van kracht voor nieuwe of vervangende huisvesting en wordt uiterlijk op 31 december 2010 van toepassing voor alle huisvesting. In de aanbevelingen wordt ook aangedrongen op nader onderzoek om alternatieve technieken te ontwikkelen waardoor gedwongen voedering voor de productie van foie gras overbodig wordt. Overeengekomen is dat, totdat nieuwe wetenschappelijke gegevens over alternatieve methoden en de welzijnsaspecten daarvan beschikbaar zijn, er alleen nog foie gras zal worden geproduceerd op die plaatsen waar dat tot nu toe gebruikelijk is, en dan nog uitsluitend in overeenstemming met de in de nationale wetgeving vastgestelde normen.

In de Gemeenschap is bij Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren(1) een rechtsgrondslag gecreëerd voor de uitwerking van toekomstige voorstellen op het gebied van dierenwelzijn om een uniforme toepassing binnen de Gemeenschap te garanderen van de desbetreffende overeenkomst die in het kader van de Raad van Europa is gesloten.

In de richtlijn zijn momenteel reeds welzijnseisen vastgesteld die moeten worden toegepast ter bescherming van dieren die worden gehouden voor diverse vormen van productie, waaronder de productie van foie gras. Zonodig kan de Commissie overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 98/58/EG bij de Raad passende verdere voorstellen indienen om tot een uniforme toepassing van de genoemde aanbevelingen te komen.

Een dergelijk initiatief zou echter slechts kunnen worden overwogen in het licht van de rapporten die de lidstaten aan de Raad van Europa uitbrengen over de bij de uitvoering van de aanbevelingen verkregen resultaten en de daartoe genomen maatregelen.

(1) PB L 221 van 8.8.1998.