92000E2099

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-2099/00 van Peter Skinner (PSE) aan de Commissie. Buitensporige kosten voor internationale overschrijvingen en kartelgedrag van de banken in de Europese Unie.

Publicatieblad Nr. 081 E van 13/03/2001 blz. 0143 - 0143


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-2099/00

van Peter Skinner (PSE) aan de Commissie

(16 juni 2000)

Betreft: Buitensporige kosten voor internationale overschrijvingen en kartelgedrag van de banken in de Europese Unie

Beschouwt de Europese Commissie het overzicht van het grensoverschrijdend betalingsverkeer dat op 23 mei gepubliceerd is, als uitgangspunt voor een nader onderzoek naar de slechte reputatie die het bankwezen in heel de Europese Unie bij de burgers heeft wegens de aangerekende kosten? Of is ze voornemens om het lang verwacht verslag over het beweerde kartelgedrag van bepaalde banken te publiceren, dat door de vroegere commissaris Van Miert in september van vorig jaar aangekondigd is en nu onder verantwoordelijkheid van commissaris Monti valt? Zou het niet beter geweest zijn om dat verslag bij te werken met de bevindingen van de doorlichting die op 23 mei 2000 aangekondigd is door de commissarissen Byrne en Bolkestein, zodat we ons een vollediger beeld kunnen vormen?

Antwoord van de heer Monti namens de Commissie

(27 juli 2000)

De kwestie van de buitensporig geachte tarieven voor grensoverschrijdende verrichtingen valt niet onder het mededingingsbeleid, maar onder het beleid inzake de interne markt en de consumentenbescherming. De op dit gebied bevoegde leden van de Commissie hebben de banken en de lidstaten overigens verzocht meer te doen om de bankkosten voor hun klanten te verminderen.

Volgens de mededingingsregels staat kan een bank haar tarieven vastleggen op eender welk niveau, mits zij dit vrij en autonoom doet. Indien de consumenten de tarieven van een bank te hoog vinden, zullen zij deze afstraffen door haar de rug toe te keren. Indien de banken evenwel zouden afspreken hun tarieven vast te leggen, om deze te verhogen of om de verlaging ervan te beheersen, zou dit een ernstige schending van de Communautaire mededingingsregels zijn. Prijsafspraken worden immers gemaakt ten nadele van de consument.

Begin 1999, onmiddellijk na de invoering van de euro, heeft het voor het mededingingsbeleid bevoegde lid van de Commissie, naar aanleiding van talrijke klachten over het vastleggen van de kosten voor grensoverschrijdende verrichtingen, beslist een reeks onderzoeken te beginnen in de elf lidstaten die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU).

Met deze onderzoeken wordt beoogd na te gaan of de bankinstellingen, -federaties of -verenigingen hebben afgesproken om de structuur of het niveau van de aan de klanten aangerekende bankcommissies vast te leggen. De onderzoeken bestrijken verscheidene soorten bankverrichtingen waaronder met name het wisselen van biljetten en internationale overschrijvingen.

De Commissie heeft onlangs bezwaren in verband met het wisselen van bankbiljetten medegedeeld aan meer dan honderd bankinstellingen en -federaties in vier lidstaten. Deze mededelingen bevatten door de Commissie verzamelde bewijsstukken waaruit blijkt dat deze banken en bankfederaties tarieven voor het wisselen van biljetten en muntstukken hebben vastgelegd. Andere mededelingen van bezwaren die dit soort verrichtingen betreffen, zullen vóór de zomer worden toegezonden aan banken en bankfederaties in andere lidstaten.

De onderzoeken betreffende internationale overschrijvingen, waarvoor een aanzienlijke hoeveelheid informatie moet worden verwerkt, zijn nog aan de gang.