SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1642/00 van Heidi Hautala (Verts/ALE) aan de Commissie. Milieu-effecten van de autoweg tussen Thessaloniki en Kavalla.
Publicatieblad Nr. 089 E van 20/03/2001 blz. 0063 - 0064
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1642/00 van Heidi Hautala (Verts/ALE) aan de Commissie (29 mei 2000) Betreft: Milieu-effecten van de autoweg tussen Thessaloniki en Kavalla De autoweg tussen Thessaloniki en Kavalla in Noord-Griekenland volgt momenteel de historische Via Egnatia vlak langs de kust, ongeveer 4 kilometer ten zuiden van het dorp Vrasna. De Griekse overheid is momenteel echter met behulp van EU-gelden bezig met de aanleg van een nieuwe autoweg waarbij een tracé wordt gevolgd dat noordelijker ligt, zodat de autoweg via de zuidkant van Vrasna naar een dal ten westen van het dorp en vervolgens door een tunnel zal lopen. De inwoners van Vrasna hebben reeds in 1997 een klacht tegen het tracé ingediend bij de EU, maar voorzover bekend zijn er nog geen maatregelen genomen (document 473/97). De dorpsgemeenschap van Vrasna zal worden verwoest door de aanleg van de autoweg. Contacten met de regionale overheid in Asprovalta en met de rest van het kustgebied zullen worden bemoeilijkt. Veel dorpelingen van Vrasna werken in plaatsen aan de kust en veel kinderen gaan er naar school. Het project betekent tevens het einde van een unieke grot ten westen van het dorp, waarin vorige zomer grotonderzoekers van de universiteit van Thessaloniki afdaalden om de structuur en de fauna te onderzoeken. De grot herbergt een zeldzame vleermuissoort, alsmede een aantal andere zeldzame kleine diersoorten. Indien de weg wordt aangelegd, zal deze vlak langs de grot lopen en de bouwwerkzaamheden zullen grote schade toebrengen aan de grot, om nog maar niet te spreken van de schade die zal worden veroorzaakt door de meerdere rijstroken brede autoweg. Op de berghellingen ten zuiden van het dorp bevinden zich bovendien vele archeologische overblijfselen en nederzettingen, variërend in oudheid van de prehistorie tot de Byzantijnse periode. Heeft de Commissie een milieueffectbeoordeling voor het project verplicht gesteld? Heeft de Commissie over de uitvoering van het project overleg gevoerd met de plaatselijke overheden, nadat het verzoek om opheldering van de dorpsbewoners was ontvangen? Wat is de mening van de Commissie over de mogelijke alternatieve tracés? Antwoord van mevrouw Wallström namens de Commissie (4 juli 2000) Zoals de Commissie de indieners van het verzoekschrift in februari 1998 reeds heeft geantwoord, werd er volgens de onlangs gecontroleerde gegevens waarover zij beschikt in 1993 een milieueffectrapportage uitgevoerd voor het genoemde traject van Via Egnatia, dat de grot van de gemeente Vrasna omvat. Alle procedures die in de Griekse wetgeving zijn vastgesteld, waaronder raadpleging van het publiek, werden uitgevoerd. Volgens de Griekse autoriteiten werd in de milieueffectrapportage een onderzoek naar alternatieve oplossingen voor het traject verricht. De aanleg van het door het geachte parlementslid genoemde traject van Egnatia is nog niet van start gegaan. Wat betreft deze grot dienen geen speciale maatregelen of voorwaarden in aanmerking te worden genomen in de ministeriele beschikking die de effectbeoordelingsprocedure afrondt. De bevoegde instanties voor antropogeologie en speleologie van het Ministerie van Cultuur zijn van mening dat de grot in kwestie geen belangrijk monument is. Bovendien houdt deze grot geen verband met speciale beschermingszones overeenkomstig Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand(1) noch met gebieden van communautair belang die zijn aangewezen overeenkomstig Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna(2). Het Ministerie van Milieu en Openbare Werken heeft echter een geofysisch onderzoek verricht om het traject van de autosnelweg met betrekking tot de grot in kwestie te analyseren. Het onderzoek heeft geen rechtstreeks verband aangetoond, aangezien de grot zich op een afstand van 200 meter van het traject van Via Egnatia bevindt. Het Ministerie heeft besloten dat tijdens de aanlegfase die nog niet is begonnen indien nodig specifieke maatregelen kunnen worden getroffen om het behoud van de grot in haar huidige toestand te garanderen. (1) PB L 103 van 25.4.1979. (2) PB L 206 van 22.7.1992.