SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1641/00 van Alejandro Agag Longo (PPE-DE) aan de Commissie. Inflatie in de eurozone.
Publicatieblad Nr. 089 E van 20/03/2001 blz. 0063 - 0063
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1641/00 van Alejandro Agag Longo (PPE-DE) aan de Commissie (29 mei 2000) Betreft: Inflatie in de eurozone Men is algemeen van oordeel dat de ontwikkeling van de olieprijzen enerzijds en de lage notering van de euro anderzijds de belangrijkste oorzaken zijn van de inflatoire tendensen die de Europese Centrale Bank probeert te bestrijden door renteverhogingen. Aangenomen mag worden dat de Europese Commissie bij haar analyses en ramingen beschikt over en werkt met zeer nauwkeurige gegevens. Zou de Commissie tegen deze achtergrond en omwille van een grotere duidelijkheid, kunnen aangeven welk aandeel volgens haar de stijging van de olieprijzen heeft in de prijsstijgingen in de Europese Unie en welk aandeel is terug te voeren tot de geïmporteerde inflatie als gevolg van de voortdurende koersdaling van de euro? Antwoord door de heer Solbes Mira namens de Commissie (7 juli 2000) De laatste beschikbare geharmoniseerde gegevens voor de consumptieprijzen in de Gemeenschap hebben betrekking op april 2000. Het jaarlijkse percentage van de inflatie van de consumptieprijzen in de eurozone in april 2000 beliep 1,9 % in vergelijking met een jaar eerder. De consumptieprijzen voor energieproducten (benzine, elektriciteit, stookolie, enz.) stegen met 10,5 % ten opzichte van een jaar eerder. Dit was ten dele te wijten aan de stijgingen van de energiebelastingen in bepaalde lidstaten, met name Duitsland, en ten dele aan de hogere olieprijzen. De consumentenuitgaven voor energie belopen ongeveer 9 % van de totale consumentenuitgaven die zijn opgenomen in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen in de eurozone. Het mechanische effect van de consumptie-energieprijzen bedroeg aldus ongeveer 0,9 procentpunt (d.i. 9 % x 10,5 %) bij aan het jaarlijks stijgingspercentage van de consumptieprijzen in april 2000. De belangrijkste consumptieprijzen exclusief energie en met het seizoen samenhangende levensmiddelen stegen met 1,2 % van april 1999 tot april 2000. De voornaamste oorzaak van de stijging van de consumptie-energieprijzen was de stijging van de olieprijzen op de wereldmarkten. Tussen april 1999 en april 2000 stegen de olieprijzen van 15,3 USD per barrel tot 23,3 USD per barrel, wat neerkomt op 52 %. Uitgedrukt in euro stegen de olieprijzen zelfs meer, namelijk van 14,3 per barrel tot 24,6 (wat neerkomt op 72 %), zulks als gevolg van de depreciatie van de wisselkoers van de ten opzichte van de USD. Deze getallen suggereren dat de bewegingen in de wereldolieprijzen uitgedrukt in USD tussen twee derde en drie vierde veroorzaakten van de stijging van de olieprijzen uitgedrukt in euro in het jaar tot april 2000, terwijl bewegingen in de wisselkoersen de oorzaak vormden van de overige stijging. Hoewel de depreciatie van de wisselkoers van de euro opwaartse druk veroorzaakte op de invoerprijzen, inclusief buiten de energiesector, is het niet mogelijk precies aan te geven in hoeverre de depreciatie van invloed is geweest op de prijzen van buiten de energiesector vallende goederen en diensten. In dit stadium blijkt evenwel dat de stijgingen van de invoerprijzen de consumptieprijzen niet ten volle hebben beïnvloed. De prijzen van de buiten de energiesector vallende industriegoederen, waarvan kan worden verwacht dat zij het meeste gevoelig zijn voor veranderingen in de externe waarde van de euro, stijgen nog steeds tegen een matig tempo in de eurozone zonder duidelijke tekenen van een opwaartse trend (de consumptieprijzen voor buiten de energiesector vallen industrieproducten stegen in het jaar tot april 2000 met 0,6 %, wat ook het geval was in december 1999).