92000E0963

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0963/00 van Gorka Knörr Borràs (Verts/ALE) aan de Commissie. Watergebrek in Aragón.

Publicatieblad Nr. 053 E van 20/02/2001 blz. 0047 - 0048


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0963/00

van Gorka Knörr Borràs (Verts/ALE) aan de Commissie

(29 maart 2000)

Betreft: Watergebrek in Aragón

Het autonome Spaanse gewest Aragón kampt met een ernstig structureel gebrek aan water.

Sinds 1915 volgen de wetten en plannen van de centrale regering voor irrigatieprojecten elkaar op, maar een groot deel hiervan is om financiële redenen nooit verwezenlijkt.

De Europese Unie voert beleid inzake de instandhouding van natuurgebieden. Dit beleid betekent echter dat de irrigatieprojecten in grote delen van Aragón worden stilgelegd, wat tot zeer afwijzende reacties bij de plaatselijke bevolking leidt, die het gevoel heeft dat milieubescherming belangrijker wordt geacht dan het overleven van de landbouwers.

Heeft de Commissie zich gebogen over modellen waarmee de noodzakelijke bescherming van het milieu kan worden gewaarborgd terwijl tegelijkertijd de ontvolking van het platteland wordt voorkomen?

Is de Commissie niet ook van mening dat de landbouwers die hun grond om milieuredenen niet meer mogen bevloeien, schadeloos zouden moeten worden gesteld?

Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie

(10 mei 2000)

Het nieuwe beleid inzake plattelandsontwikkeling dat in juni 1999 door de Raad is aangenomen, heeft tot doel een coherent en duurzaam, de toekomst van de plattelandsgebieden garanderend kader tot stand te brengen en tegelijk het behoud en het scheppen van werkgelegenheid te bevorderen en rekening te houden met de milieueisen. De voornaamste beleidslijnen voor die ontwikkeling kunnen als volgt worden omschreven: versterking van land- en bosbouw, verbetering van het concurrentievermogen van de plattelandsgebieden en instandhouding van het milieu en het landelijke erfgoed.

Tot de structuurmaatregelen waarin Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL)(1) voorziet, behoren onder meer steun voor op het behoud van het natuurlijke milieu gerichte investeringen in landbouwbedrijven, de toekenning van compenserende vergoedingen in probleemgebieden en in gebieden waar specifieke beperkingen op milieugebied worden ondervonden, agromilieusteun en steun voor op milieubescherming gerichte activiteiten in de landbouw en op het platteland. Wat meer in het bijzonder de compenserende vergoedingen betreft, is in artikel 16 van de genoemde verordening bepaald dat landbouwers financiële compensatie kunnen krijgen voor kosten en inkomensverlies die zich in gebieden met specifieke beperkingen op milieugebied voordoen ten gevolge van op communautaire milieuvoorschriften gebaseerde beperkende maatregelen, indien en voorzover deze compensatie nodig is om een oplossing te vinden voor de specifieke problemen die door deze voorschriften worden veroorzaakt. Verwacht mag worden dat al deze maatregelen zullen helpen tegemoetkomen aan de door het geachte parlementslid genoemde punten van zorg.

Op grond van het subsidiariteitsbeginsel is het de taak van de lidstaat om programma's voor plattelandsontwikkeling in te dienen. Voor niet onder doelstelling 1 vallende gebieden, zoals Aragon, kunnen de lidstaten programma's voor plattelandsontwikkeling die deze verschillende maatregelen bevatten, indienen voor financiering uit het EOGFL-Garantie. Deze programma's moeten met name een beschrijving bevatten van de situatie in het betrokken gebied, van de specifieke problemen die zich er voordoen, van de voorgestelde strategie en de prioriteiten daarvan en van de maatregelen die worden overwogen om uitvoering aan de betrokken plannen te geven.

De voorstellen voor programma's voor plattelandsontwikkeling die de Spaanse autoriteiten onder meer op 30 december 1999 hebben ingediend, worden momenteel bij de Commissie onderzocht om deze zo spoedig mogelijk te kunnen goedkeuren.

(1) PB L 160 van 26.6.1999.