92000E0358

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0358/00 van Elisa Damião (PSE) aan de Commissie. Europese normalisatie machines en apparatuur.

Publicatieblad Nr. 303 E van 24/10/2000 blz. 0183 - 0184


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0358/00

van Elisa Damião (PSE) aan de Commissie

(14 februari 2000)

Betreft: Europese normalisatie machines en apparatuur

De Commissie heeft naar aanleiding van onderzoek door het Instituut voor Kanker geconstateerd dat houtstoffen een tot dusver onbekend risico met zich meebrengen en tot genetische mutaties en kanker leiden. Kan de Commissie meedelen welke oplossingen het CEN-CENELEC heeft voorgesteld om dergelijke risico's bij bestaande machines en apparatuur uit de weg te ruimen?

Antwoord van mevrouw Diamantopoulou namens de Commissie

(28 maart 2000)

Op voorstel van de Commissie heeft de Raad op 28 april 1999 zijn goedkeuring gegeven aan Richtlijn 1999/38/EG(1) tot tweede wijziging van Richtlijn 90/394/EEG(2) betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene agentia op het werk en uitbreiding van die richtlijn tot mutagene agentia.

Door deze richtlijn worden aan de in bijlage 1 genoemde procédés de werkzaamheden waarbij men wordt blootgesteld aan stof van hardhout toegevoegd. Alle preventieve en beschermende maatregelen uit Richtlijn 90/394/EEG zijn dan ook van toepassing op werknemers die aan de genoemde stoffen zijn blootgesteld.

Bovendien is in Richtlijn 89/655/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 95/63/EG van de Raad van 5 december 1995 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (tweede bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)(3) in de tweede alinea van punt 2.5. van bijlage I bepaald dat Een arbeidsmiddel dat gevaar van gas , damp of stofontwikkeling dan wel het vrijkomen van vloeistoffen oplevert, moet zijn voorzien van geschikte opvang en/of afvoerinrichtingen nabij de bron van die gevaren. Het is aan de lidstaten om de praktische uitvoeringsvoorschriften vast te leggen.

Aangezien het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) en het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (Cenelec) zich bij hun werkzaamheden concentreren op de normalisatie voor nieuwe installaties, is in dit verband geen enkel verzoek naar deze organisaties uitgegaan.

(1) PB L 138 van 1.6.1999.

(2) PB L 196 van 26.7.1990.

(3) PB L 335 van 30.12.1995.