SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2160/99 van Cristiana Muscardini (UEN) aan de Commissie. Verschillende bevoegdheden t.a.v. vrij verkeer en veiligheid van de burgers.
Publicatieblad Nr. 225 E van 08/08/2000 blz. 0061 - 0061
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2160/99 van Cristiana Muscardini (UEN) aan de Commissie (24 november 1999) Betreft: Verschillende bevoegdheden t.a.v. vrij verkeer en veiligheid van de burgers Op de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 is het hete hangijzer van de link tussen veiligheid en clandestiene immigratie aan de orde gesteld. Eindelijk ziet men in dat immigratie een Europees probleem is en niet een vraagstuk dat op eigen houtje door de ene of de andere lidstaat kan worden opgelost. Maar wat men nog steeds niet wil begrijpen, is dat er een verschil bestaat tussen enerzijds het vrije verkeer van personen als gevolg van de openstelling van de binnengrenzen, waarvoor de Unie bevoegd is, en anderzijds het omgaan met veiligheidsproblemen, waarvoor de bevoegdheid bij de lidstaten ligt, die echter niet-geharmoniseerde of zelfs totaal verschillende voorschriften kennen. Een voorbeeld: in sommige lidstaten zijn de verkoop en het gebruik van voor persoonlijk gebruik bestemde zelfverdedigings- of afschrikkingmiddelen als spuitbussen tegen zakkenrollers of verkrachters toegestaan, terwijl dergelijke producten in andere lidstaten zelfs niet mogen worden gebruikt. Om nog maar niet te spreken van de ongerijmdheid van een interne markt waarbinnen bepaalde producten in het ene land toegestaan en in het andere verboden zijn. Acht de Commissie het niet zinvol en wenselijk om, in afwachting van de verwezenlijking van de derde pijler, alle lidstaten te verzoeken om met het oog op de bestrijding van criminaliteit en de veiligheid van de burgers kleine verdedigingsmiddelen, zoals spuitbussen tegen zakkenrollers en verkrachters en schrikdraadafzettingen, toe te laten en de vaststelling van de voorschriften inzake verkoop en installatie ervan eventueel aan elke lidstaat over te laten? Antwoord van de heer Vitorino namens de Commissie (27 januari 2000) Overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en zoals bevestigd op de buitengewone vergadering van de Europese Raad van 15 en 16 oktober 1999 te Tampere is een van de doelstellingen van de Unie de burgers een hoge mate van veiligheid te bieden binnen een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Dit dient onder andere te geschieden door gemeenschappelijk optreden van de lidstaten op het gebied van de politiƫle samenwerking. Gemeenschappelijk optreden op het gebied van politiƫle samenwerking houdt samenwerking en gezamenlijke initiatieven in ten aanzien van onder andere het gebruik van uitrusting. Maatregelen die in dit verband worden genomen mogen echter geen afbreuk doen aan de uitoefening van de op de lidstaten rustende taken op het gebied van de handhaving van recht en orde en de instandhouding van de binnenlandse veiligheid. De door het geachte parlementslid voorgestelde maatregelen schijnen tot de genoemde verantwoordelijkheden van de lidstaten te behoren. Overigens bevestigt de Commissie nogmaals bereid te zijn de volledige en onmiddellijke tenuitvoerlegging van het Verdrag van Amsterdam te bevorderen op basis van het actieprogramma van Wenen en van de politieke richtsnoeren en concrete doelstellingen waarover de Europese Raad van Tampere overeenstemming bereikte.