SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1811/99 van Olivier Dupuis (TDI) aan de Commissie. Conversie van de nationale muntstukken.
Publicatieblad Nr. 170 E van 20/06/2000 blz. 0106 - 0107
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1811/99 van Olivier Dupuis (TDI) aan de Commissie (12 oktober 1999) Betreft: Conversie van de nationale muntstukken Op 1 januari 2002 zal de euro in de plaats komen van de nationale deviezen in 11 lidstaten van de Europese Unie. Er is uiteraard voorzien in maatregelen voor de conversie van de biljetten, maar kennelijk is dat niet het geval voor de conversie van de muntstukken. Denkt de Commissie niet dat specifieke maatregelen voor de conversie van de muntstukken van de 11 landen moeten worden bestudeerd en goedgekeurd, zodat elke burger van een land dat de euro heeft ingevoerd de mogelijkheid krijgt om de muntstukken die in zijn bezit zijn, te converteren in euro? Antwoord van de heer Solbes Mira namens de Commissie (11 november 1999) Tussen 1 januari 2002 en 30 juni 2002 moeten de lidstaten die aan de Econmische en Monetaire Unie (EMU) deelnemen de nationale munstukken en bankbiljetten uit circulatie nemen. Het geachte parlementslid brengt twee aspecten ter sprake: enerzijds het wisselen van nationale muntstukken tegen euro's in de lidstaat waar deze muntstukken zijn uitgegeven en anderzijds het omrekenen in euro's van muntstukken van een lidstaat in een andere lidstaat. Wat het eerste aspect betreft, schrijft de communautaire wetgeving inzake de omwisseling van in nationale munteenheid luidende muntstukken in euro-muntstukken na het einde van de overgangsperiode op 31 december 2001 voor dat de uitgevers van deze muntstukken de nationale muntstukken die aan hun worden aangeboden wanneer zij geen wettig betaalmiddel meer zijn, aanvaarden overeenkomstig de wetten en gebruiken van de lidstaat in kwestie. De situatie is dus hetzelfde als voor bankbiljetten. De Commissie vindt het noodzakelijk dat aanvullende maatregelen worden getroffen om de overschakeling op de euro als wettig betaalmiddel te vergemakkelijken. Daarom heeft zij op 23 april 1998 bij aanbeveling 98/0286/EG(1) aanbevolen dat de commerciƫle banken zonder kosten voor hun cliƫnten naar volume en frequentie inwisselen. Deze omwisseling geldt zowel voor bankbiljetten als voor muntstukken. Ten aanzien van het tweede aspect moet allereerst worden opgemerkt dat, in de huidige stand van zaken, omwisseling van nationale muntstukken in een andere lidstaat over het algemeen in geen enkele lidstaat van de eurozone mogelijk is. Er moet dus worden nagegaan of een extra service moet worden ingesteld bij de invoering van de muntstukken en bankbiljetten in euro, wat hiervan de prijs zou zijn, op welke wijze dit zou gebeuren, wie ermee belast zou worden en wie de kosten zou dragen. Gelet op de bijzondere logistieke problemen die het hanteren van muntstukken met zich meebrengt, zou de omwisseling in de gehele eurozone waarschijnlijk aanzienlijke middelen vereisen. De waarde van de nationale muntstukken is echter doorgaans beperkt en biedt daarom weinig vooruitzicht op inkomsten aan degene die deze dienst zou verlenen. De Commissie is zich echter wel bewust van dit probleem en bestudeert op dit ogenblik op welke wijze hierover een discussie met het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en de lidstaten op gang kan worden gebracht om een zowel economisch redelijke als bevredigende oplossing voor de Europese burgers te vinden. (1) COM(98) 961 def.