91999E1772

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1772/99 van Herbert Bösch (PSE) aan de Commissie. Lopende rechtszaak bij het Europees Hof van Justitie inzake de Oostenrijkse drankaccijns (C-437/97).

Publicatieblad Nr. 170 E van 20/06/2000 blz. 0097 - 0098


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1772/99

van Herbert Bösch (PSE) aan de Commissie

(11 oktober 1999)

Betreft: Lopende rechtszaak bij het Europees Hof van Justitie inzake de Oostenrijkse drankaccijns (C-437/97)

In Oostenrijk wordt in het gehele land op alle dranken drankaccijns geheven, die een lokale belasting is. Vertegenwoordigers van de Europese Commissie hebben altijd bevestigd dat deze Oostenrijkse

drankaccijns conform de EU-voorschriften is. Om die reden is geen noemenswaardige schriftelijke verklaring hieromtrent in het toetredingsverdrag opgenomen. Nu is er evenwel een klacht bij het Europees Hof van Justitie ingediend volgens welke de drankaccijns niet in overeenstemming zou zijn met de EU-voorschriften. In de conclusies van de advocaat-generaal van 1 juli 1999 wordt dit bevestigd.

Met betrekking hiertoe de volgende vragen:

1. Beschikt de Commissie over documentatie inzake de toetsing van het Oostenrijkse belastingsstelsel, en met name de drankaccijns, op verenigbaarheid met het Gemeenschapsrecht?

2. Welk standpunt nam de Commissie in 1991 en 1992 in verband met de Duitse drankaccijns in?

3. Om welke reden is de Commissie sinds het begin van de jaren '90 van gedachten veranderd en is het tot de nu aanhangige procedure bij het EHvJ gekomen?

Antwoord van de heer Bolkestein namens de Commissie

(1 december 1999)

1. en 3. Het is onjuist dat de Commissie haar standpunt in deze zaak zou hebben gewijzigd. Begin 1998 heeft de Commissie voor het eerst een standpunt ingenomen in het kader van de prejudiciële procedure C-437/97. Omdat zij van oordeel was dat de Oostenrijkse accijns onverenigbaar was met het Gemeenschapsrecht, heeft zij tegelijkertijd de procedure van artikel 226 van het EG-Verdrag (ex artikel 169) ingeleid. Deze procedure bevindt zich momenteel in het stadium van het met redenen omkleed advies.

2. De Commissie is noch in 1991, noch in 1992, noch op enig ander tijdstip verzocht zich officieel uit te spreken over de verenigbaarheid van de Duitse drankaccijns met het Gemeenschapsrecht.