91998E3866

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 3866/98 van Hugh McMAHON Leeftijdsdiscriminatie

Publicatieblad Nr. C 320 van 06/11/1999 blz. 0083


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-3866/98

van Hugh McMahon (PSE) aan de Commissie

(9 december 1998)

Betreft: Leeftijdsdiscriminatie

Kan de Commissie meedelen wat de resultaten zijn van de conferentie van de Commissie in Wenen over de tenuitvoerlegging van het nieuwe artikel 13 betreffende discriminatie en wat zijn de volgende stappen die de Commissie voorstelt? Welke specifieke maatregelen overweegt de Commissie met name op het gebied van leeftijdsdiscriminatie voor de tenuitvoerlegging van artikel 13?

Antwoord van de heer Flynn namens de Commissie

(28 januari 1999)

In haar sociaal actieprogramma 1998-2000(1) kondigde de Commissie haar voornemen aan om het bij artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam geopende nieuwe gebied voor actie te gaan verkennen.

Op 3. en 4. december 1998 werd te Wenen een belangrijke Europese conferentie over de toepassing van artikel 13 gehouden. Het doel van de conferentie was een debat op gang te brengen met degenen die betrokken zijn bij het anti-discriminatiebeleid op Europees en nationaal niveau (Europese instellingen, lidstaten, non-gouvernementele organisaties (NGO's), sociale partners en academici) om vast te stellen hoe op basis van dit artikel kan worden opgetreden.

Een van de belangrijkste conclusies van de conferentie was de behoefte aan communautaire actie ter aanvulling op wat de lidstaten doen om discriminatie te bestrijden. Aan het einde van de conferentie kondigde de Commissie haar voornemen aan om na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam een anti-discriminatie pakket op basis van artikel 13 voor te leggen.

De Commissie wil waarborgen dat, wat voor voorstellen ook worden ingediend, deze naar behoren rekening houden met relevante onderwerpen die verband houden met de preventie en de bestrijding van leeftijdsdiscriminatie.

(1) COM(98) 259 def.