91998E1023

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 1023/98 van Nikitas KAKLAMANIS aan dee Raad. Akkoord van Schengen en behoeften aan extra personeel voor de Griekse grenzen

Publicatieblad Nr. C 323 van 21/10/1998 blz. 0107


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1023/98 van Nikitas Kaklamanis (UPE) aan de Raad (3 april 1998)

Betreft: Akkoord van Schengen en behoeften aan extra personeel voor de Griekse grenzen

Artikel 1 van de Overeenkomst tot uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985 legt de binnen- en buitengrenzen van de Schengen-landen vast. Artikelen 2 en 3 hebben betrekking op het overschrijden van de binnen- en buitengrenzen.

Voor de uitvoering van het Akkoord is extra personeel nodig voor het bewaken van de buitengrenzen, met name voor landen zoals Griekenland, dat met de ondertekening van het Akkoord verplicht wordt honderden Schengen-toegangsposten te bemannen. Er moet op worden gewezen dat de Griekse kustlijn overeenkomt met 80% van de kustlijn van Afrika en 150% van de kustlijn van Europa, en dat de Griekse landgrenzen (alle met niet-Schengen-landen) meer dan 1500 km bedragen.

Veel van de overige landen die partij zijn bij het Akkoord van Schengen ontkomen aan de financiële last die voortvloeit uit deze verplichting en hebben daarenboven heel wat minder uitgaven aangezien zij een groot deel van hun personeel hebben kunnen weghalen van hun grenzen met landen die nu "Schengen-landen¨ zijn geworden. Kan de Raad in het licht hiervan zeggen of Griekenland financiële steun zal krijgen om de aanzienlijke behoeften voor de bemanning van de Schengen-toegangsposten te dekken?

Antwoord (29 juni 1998)

De vraag van het Geachte Parlementslid houdt verband met de toepassing van het Akkoord van Schengen en valt dan ook niet onder de bevoegdheid van de Raad.