SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 514/98 van Edouard des PLACES aan de Commissie. Interne markt en wet inzake de landbouworiëntatie
Publicatieblad Nr. C 310 van 09/10/1998 blz. 0077
SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0514/98 van Edouard des Places (I-EDN) aan de Commissie (19 februari 1998) Betreft: Interne markt en wet inzake de landbouworiƫntatie In Frankrijk heeft de minister van Landbouw de landbouwersverenigingen een wetsontwerp voorgelegd inzake de landbouworiƫntatie. In titel I van dit ontwerp is voorzien in de invoering van territoriale exploitatiecontracten (CTE). Deze contracten zouden worden gesloten met de overheid, zouden betrekking hebben op alle activiteiten van het bedrijf, zouden een actieprogramma omvatten dat rekening houdt met de doelstellingen van de goederen- en dienstenproductie, de ruimtelijke ordening en de milieubescherming, en zouden aansluiten op de nationale en regionale richtsnoeren. In de toelichting bij artikel 3 inzake de oprichting van een fonds voor de financiering van de CTE wordt duidelijk bepaald dat dit fonds in een eerste fase zou worden gefinancierd met nationale kredieten en vervolgens met kredieten die voortvloeien uit de hervorming van de steunregelingen van het GLB. Is de Commissie van mening dat aanvullende steun via deze CTE, die leidt tot concurrentievervalsing tussen de producenten van de verschillende lidstaten, strookt met de regelgeving inzake de interne markt? Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie (6 maart 1998) Krachtens artikel 93, lid 3, van het EG-Verdrag wordt de Commissie van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, om haar opmerkingen te kunnen maken. Indien de Commissie na een voorafgaand onderzoek van oordeel is dat een voorgenomen steunmaatregel volgens artikel 92 onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, leidt zij de bij artikel 93, lid 2, van het EG-Verdrag vastgestelde procedure in. De betrokken lidstaat mag de voorgenomen steunmaatregel in principe pas ten uitvoer leggen wanneer deze procedure tot een positieve eindbeslissing heeft geleid. De Commissie streeft ernaar de naleving van het Gemeenschapsrecht bij de toekenning van steun in de landbouwsector door de lidstaten te waarborgen. Aangezien de door de geachte afgevaardigde genoemde steunmaatregelen echter nog niet uit hoofde van bovengenoemd artikel aan de Commissie zijn gemeld, kan laatstgenoemde zich niet over de grond van de zaak uitspreken.