SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 3381/97 van Carlos ROBLES PIQUER aan de Commissie. De zon en klimaatverandering
Publicatieblad Nr. C 174 van 08/06/1998 blz. 0050
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3381/97 van Carlos Robles Piquer (PPE) aan de Commissie (23 oktober 1997) Betreft: De zon en klimaatverandering Enkele met name Noord-Amerikaanse onderzoekers lijken tot de conclusie te zijn gekomen dat de klimaatverandering en in het bijzonder het "broeikaseffect¨ voornamelijk kunnen worden toegeschreven aan magnetische zonnecycli met een gemiddelde duur van elf jaar (met schommelingen tussen maximaal vijftien en minimaal acht jaar). Dit houdt in dat de mens minder "schuld¨ draagt voor de schade die hij aanricht met onder andere de uitstoot van kooldioxide en overige gassen. Deze conclusie zal ongetwijfeld worden besproken op de volgende conferentie van Kyoto waaraan de Europese instellingen deelnemen. Komen de instellingen op die conferentie met een goed onderbouwd standpunt van hun deskundigen over dit onderzoek naar voren? Antwoord van mevrouw Bjerregaard namens de Commissie (4 december 1997) Het is correct dat recente onderzoeksresultaten aantonen dat er een sterke correlatie is tussen de waargenomen verandering van 3 à 4 % in het wolkendek gedurende de recente zonnecyclus en de kosmische flux en zonneactiviteit. Deze waargenomen systematische variatie in het wolkendek heeft een effect op de inkomende zonnestraling en op de temperatuur op aarde. Wanneer met deze recente resultaten rekening wordt gehouden in toekomstige klimaatmodellen zal er een betere basis zijn om de antropogene invloed op de klimaatverandering te beoordelen en zullen wij de regionale modellen van klimaatveranderingseffecten kunnen verbeteren. Deze cyclische veranderingen verklaren echter niet de stijging van de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde met 0,3 à 0,6 °C sinds het einde van de vorige eeuw. Met de "achtergrondruis¨ van de natuurlijke variabiliteit van het klimaat als gevolg van inwendige fluctuatie en externe bronnen zoals schommelingen van de zonneactiviteit of vulkanische uitbarstingen is rekening gehouden bij de beoordeling van de Intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC). Er is veel vooruitgang geboekt sinds de publicatie van het eerste beoordelingsrapport van de IPCC in 1990 bij pogingen om natuurlijke variabiliteit en antropogene invloed op het klimaat te onderscheiden. Op basis hiervan concludeerde de IPCC in zijn beoordeling van 1995 dat "rekening houdend met alle beschikbare gegevens mag worden aangenomen dat er een waarneembare invloed is van de mens op het wereldklimaat¨.