91997E2925

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 2925/97 van Patricia McKENNA aan dee Raad. Opleiding van het Rwandese leger door de VS

Publicatieblad Nr. C 102 van 03/04/1998 blz. 0150


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2925/97 van Patricia McKenna (V) aan de Raad (16 september 1997)

Betreft: Opleiding van het Rwandese leger door de VS

In het Franse dagblad Le Monde van 28 augustus 1997 werd bericht dat het Amerikaanse leger het door Tutsi's gedomineerde Rwandese leger opleidt in gevechts- en guerrillastrijdmethoden. Le Monde beweert een Pentagonrapport over deze aangelegenheid te hebben ingezien.

Het militaire opleidingsprogramma schijnt in 1994 te zijn gestart. Volgens het rapport worden thans 60 Rwandese officieren opgeleid door negen Amerikaanse militaire instructeurs.

Het Rwandese leger is ervan beschuldigd honderdduizenden Hutu's in oostelijk Zaïre te hebben uitgemoord.

Heeft de Raad naar aanleiding van dit bericht een klacht ingediend bij de Amerikaanse autoriteiten? Gelooft hij dat deze militaire samenwerking op enigerlei wijze een schending betekent van het door de VN opgelegde wapenembargo? Welke maatregelen is de Raad voornemens hiertegen te nemen?

Antwoord (21 november 1997)

De Raad volgt nauwlettend de situatie in het gebied van de Grote Meren en heeft zijn bezorgdheid uitgesproken over de slachtingen die uit Zaïre, thans de Democratische Republiek Congo worden gemeld. De Europese Unie heeft er bij de Congolese autoriteiten op aangedrongen dat een onderzoek van de Verenigde Naties wordt ingesteld en dat dit ongehinderd kan plaatsvinden teneinde vast te stellen wat de feiten zijn en wie daarvoor verantwoordelijk is.

De Raad heeft geen berichten ontvangen over de in de pers genoemde en door het geachte parlementslid aangehaalde feiten. Hij heeft hierover derhalve geen demarches gedaan bij de Amerikaanse autoriteiten.

Wat een eventuele schending van het door de Verenigde Naties aan Rwanda opgelegde wapenembargo betreft, vestigt de Raad de aandacht op de resoluties 918 (1994), 1011 (1995) en 1053 (1996) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In Resolutie 918 van 16 mei 1994 wordt bepaald dat alle Staten de verkoop of levering aan Rwanda moeten verhinderen van wapens en aanverwant materieel van allerlei aard, met inbegrip van wapens en munitie, voertuigen en militair materieel, en niet naar militaire opleiding. Resolutie 1011 van 16 augustus 1995 heft de sancties van Resolutie 918 op, wat betreft de verkoop of levering van militair materieel aan de regering van Rwanda. In Resolutie 1053 van 23 april 1996 verklaart de Veiligheidsraad vastbesloten te zijn om, overeenkomstig Resolutie 1011 (1995), het verbod op de verkoop of levering - aan niet tot de Regering behorende strijdkrachten - van wapens of aanverwant materieel die bestemd zijn om in Rwanda te worden gebruikt, volledig te doen toepassen.