SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 1995/97 van Jannis SAKELLARIOU aan de Commissie. Gebruik van kredieten van het MEDA-programma in 1996
Publicatieblad Nr. C 045 van 10/02/1998 blz. 0138
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1995/97 van Jannis Sakellariou (PSE) aan de Commissie (9 juni 1997) Betreft: Gebruik van kredieten van het MEDA-programma in 1996 1. Kan de Commissie mededelen hoeveel kredieten uit het MEDA-programma in 1996 voor gebruik werden vrijgegeven? Wat was hiervoor de rechtsgrondslag? Kan zij redenen noemen als er delen van bedragen niet werden vrijgegeven? 2. Kan de Commissie specificeren welke landen voor welke bedragen van uit het MEDA-programma toegewezen kredieten profiteren? Antwoord van de heer Marín namens de Commissie (15 juli 1997) 1. In 1996 werd aan de begrotingslijn B7-410 (MEDA) 403 miljoen ecu aan vastleggingskredieten en 202 miljoen ecu aan betalingskredieten toegewezen. De juridische grondslag van deze begrotingslijn is Verordening (EG) nr. 1488/96, op 23 juli 1996 vastgesteld door de Raad ((PB L 189 van 30.7.1996. )). Een negatieve reserve van 200 miljoen ecu op de begroting 1996 werd op besluit van de begrotingsautoriteit niet ter beschikking gesteld na de afwijzing van de door de Commissie ingediende voorstellen voor overschrijvingen. Het uitvoeringspercentage van de op begrotingslijn B7-410 beschikbare vastleggingskredieten was 100 en het percentage van de betalingskredieten 77, zulks ondanks de late goedkeuring in juli van de juridische grondslag. 2. De partners die voor het MEDA-programma in aanmerking komen zijn Algerije, Cyprus, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Syrië, Tunesië, Turkije en de Palestijnse Autoriteit. Verordening (EG) nr. 1488/96 voorziet niet in de toekenning van een vast bedrag per partner, maar in een algemene financiële programmering waarin het bedrag van de nationale indicatieve programma's en het bedrag van het regionale indicatieve programma zijn opgenomen.