SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 1813/97 van Freddy BLAK aan dee Raad. De ombudsman
Publicatieblad Nr. C 082 van 17/03/1998 blz. 0016
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1813/97 van Freddy Blak (PSE) aan de Raad (29 mei 1997) Betreft: De ombudsman Het Britse dagblad "The Guardian¨ van 24 maart ll. meldt dat de Raad van Ministers besloten heeft dat de Europese ombudsman zich niet heeft te moeien met aangelegenheden die tot de derde pijler behoren. Is het waar dat de werkzaamheden van de ombudsman op die manier aan beperkingen onderworpen worden, en zo ja, op welke rechtsgrondslag heeft de Raad dat besluit genomen? Gecombineerd antwoord op de schriftelijke vragen E-1722/97 en E-1813/97 (28 oktober 1997) De bevoegheden van de Europese ombudsman worden geregeld in artikel 138 E van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG). Dit verdrag is van toepassing op titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), voorzover artikel K.8 van het VEU daarin voorziet. Artikel 138 E komt niet voor op de lijst van de op titel VI van het VEU toepasselijk gemaakte bepalingen van het VEG. In het nieuwe Verdrag van Amsterdam is bepaald dat artikel 138 E van het VEG van toepassing is op de bepalingen betreffende de in titel VI van het VEU bedoelde gebieden. De Raad heeft de ombudsman bij brieven van 26 maart en 20 juni 1997 een gedetailleerd antwoord toegezonden betreffende de klachten van de heer Bunyan. De geachte parlementsleden zullen rechtstreeks een afschrift van beide brieven van de Raad aan de ombudsman outvangen ((De stemverklaring van bepaalde leden van de Raad over deze zaak is voor het publiek beschikbaar gesteld. )).