91997E0903

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 903/97 van Phillip WHITEHEAD aan de Commissie. Gevolgen voor milieu en gezondheid van dierlijk afval

Publicatieblad Nr. C 391 van 23/12/1997 blz. 0027


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0903/97 van Phillip Whitehead (PSE) aan de Commissie (5 maart 1997)

Betreft: Gevolgen voor milieu en gezondheid van dierlijk afval

Welke maatregelen neemt de Commissie om vast te stellen wat de potentiële gevolgen voor milieu en gezondheid zijn van de verbranding en storting van dierlijk afval?

Financiert de Commissie enig onderzoek op dit gebied?

Welke maatregelen neemt de Commissie ter coördinatie van het onderzoek in de lidstaten?

Antwoord van mevrouw Bjerregaard namens de Commissie (11 april 1997)

Richtlijn 85/337/EEG betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (de milieueffectbeoordelingsrichtlijn) ((PB L 175 van 5.7.1985. )) bepaalt dat voor de in bijlage I opgenomen activiteiten een milieueffectrapportage (MER) moet plaatsvinden. Afvalverwijderingsinstallaties waarin giftig of gevaarlijk afval wordt verbrand, chemisch behandeld of opgeslagen, vallen onder bijlage I en hiervoor moet dus altijd een MER worden verricht. Richtlijn 97/11/EG ((PB L 73 van 14.3.1997. )) tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG breidt de lijst van activiteiten van bijlage I waarvoor een MER verplicht is aanmerkelijk uit en bepaalt in aanvulling op de bestaande richtlijn dat een MER nodig is voor afvalverwijderingsinstallaties met een capaciteit van meer dan 100 ton per dag waarin ongevaarlijk afval wordt verbrand of chemisch behandeld.

Op grond van artikel 4 van Richtlijn 75/442/EEG ((PB L 194 van 25.7.1975. )), als gewijzigd bij Richtlijn 91/156/EEG ((PB L 78 van 26.3.1991. )), betreffende afvalstoffen moeten de lidstaten de nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat afval wordt teruggewonnen of verwijderd zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en zonder gebruik te maken van milieuschadelijke procédés of methoden, in het bijzonder zonder risico's voor water, atmosfeer, bodem en flora en fauna, zonder hinderlijke geluids- of stankoverlast en zonder het landschap of de natuur aan te tasten.

De wetgeving die van toepassing is op dierlijk afval dat pathogenen bevat, is Richtlijn 90/667/EEG ((PB L 363 van 27.12.1990. )) tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen, voor het in de handel brengen van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van Richtlijn 90/425/EEG ((PB L 224 van 18.8.1990. )).

Wat het onderzoek op dit terrein betreft, zijn er enkele verwante projecten gefinancierd in het kader van het programma voor landbouw en agro-industrie (AIR) en het nog lopende specifieke programma voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie op het gebied van de landbouw (FAIR). De onderzoekprojecten zijn gericht op vermindering van de milieubelasting van landbouwslurries en agro-industrieel afval en verbetering van het hergebruik van dergelijk afval.