SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 2019/96 van Yves VERWAERDE aan de Commissie. Beschikking van de Commissie van 21 december 1988 betreffende steun van de Griekse regering aan de filmindustrie
Publicatieblad Nr. C 365 van 04/12/1996 blz. 0067
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2019/96 van Yves Verwaerde (PPE) aan de Commissie (19 juli 1996) Betreft: Beschikking van de Commissie van 21 december 1988 betreffende steun van de Griekse regering aan de filmindustrie Kan de Commissie in het licht van haar beschikking van 21 december 1988 betreffende steun van de Griekse regering aan de filmindustrie ((PB L 208 van 20.7.1989, blz. 38. )) meedelen 1. welk gevolg Griekenland aan deze beschikking heeft gegeven? 2. Hoeveel programmavullende films zijn er sinds 1988 in Griekenland gemaakt? Antwoord van de heer Van Miert namens de Commissie (16 september 1996) 1. Bij Griekse wet nr. 1597 van 12 mei 1986 werd een steunregeling ten behoeve van de Griekse filmindustrie in het leven geroepen. In haar negatieve beschikking inzake deze steunregeling concludeerde de Commissie dat de in deze wet vervatte voorwaarde dat alle verschillende categorieën personen die bij de produktie van een film zijn betrokken (schrijver, regisseur, technici) de Griekse nationaliteit moeten hebben discriminerend was en niet noodzakelijk was om een film zijn culturele identiteit te verlenen. In de beschikking van de Commissie werd de financiering en het gebruik van de steun beschreven. De financiering komt uit een heffing op de vertoning van films in Griekse bioscopen. Op het ogenblik waarop de beschikking werd gegeven, bedroegen de geraamde jaarlijkse inkomsten uit deze belasting ongeveer 3,6 tot 3,9 miljoen ecu. De inkomsten uit de heffing worden gebruikt om de produktie van Griekse films te stimuleren en tevens om de vertoning van Griekse films in bioscopen in Griekenland te bevorderen. De produktiesubsidie wordt alleen voor Griekse films gegeven. Sommige elementen achtte de Commissie discriminerend tegenover onderdanen van andere Lid-Staten. Dit gold met name voor de volgende voorwaarden: - in de categorieën technici, acteurs en musici moest driekwart Grieks zijn, - alle assisterende personeel moest Grieks zijn en verzekerd zijn bij het instituut voor de sociale zekerheid of een andere organisatie van overheidsverzekering. De steun voor bioscoopexploitanten, die een percentage uitmaakt van de heffing, was gekoppeld aan de vertoning van Griekse films. Dit betekende voor bioscoopexploitanten een stimulans om Griekse films te vertonen. In juli 1990 stelden de Griekse autoriteiten de Commissie in kennis van nieuwe wijzigingen in de wet nadat de Commissie eerdere wijzigingen als onvoldoende had beoordeeld. Voor de produktiesubsidie werd in de wijzigingen bepaald dat onderdanen van alle andere Lid-Staten op dezelfde basis als Griekse onderdanen voor steun in aanmerking komen. Ten aanzien van de steun voor bioscoopexploitanten schrijft de wet nu voor dat de exploitanten voor alle films die zij vertonen belastingteruggave krijgen. 2. De Commissie beschikt niet over gegevens over het aantal films dat sinds 1988 in Griekenland is gemaakt.