SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 1818/96 van Roberto MEZZAROMA aan de Commissie. Terugvorderen van Italiaanse kunstwerken die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ontvreemd
Publicatieblad Nr. C 385 van 19/12/1996 blz. 0046
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1818/96 van Roberto Mezzaroma (UPE) aan de Commissie (5 juli 1996) Betreft: Terugvorderen van Italiaanse kunstwerken die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ontvreemd Het Ministerie van Cultuur van Italië heeft een onderzoekscommissie ingesteld die onlangs een volledige lijst heeft uitgebracht met honderden Italiaanse kunstwerken die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggehaald uit musea en openbare en particuliere collecties. Een gedetailleerde lijst, onderbouwd met uitvoerige documenten, die het resultaat is van dertig jaar onderzoek en monnikenwerk van professor Rodolfo Sivieri. Het gaat om talloze werken die het land op illegale wijze hebben verlaten, in strijd met Italiaanse wet nr. 1089 van 1939 over de bescherming van het cultureel en artistiek erfgoed door middel van een uitvoerverbod. Het gaat hier om meesterwerken die zonder meer deel uitmaken van de universele cultuur en die zich ten onrechte in buitenlandse musea en stichtingen bevinden, vooral in Duitsland, de Republieken van het GOS en in de Verenigde Staten. Kan de Commissie zich in aansluiting bij het werk van de bevoegde Italiaanse autoriteiten ervoor inzetten dat er vaart wordt gezet achter de procedures voor het terughalen van deze indertijd ontvreemde werkstukken, vooral waar het gaat om landen die tot de Europese Unie behoren? Antwoord van de heer Monti namens de Commissie (11 september 1996) Om het in artikel 7A van het EG-Verdrag beoogde vrije verkeer van goederen in de interne markt ook op het gebied van cultuurgoederen tot stand te brengen, heeft de Gemeenschap Richtlijn 93/7/EEG van de Raad van 15 maart 1993 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een Lid-Staat zijn gebracht ((PB L 74 van 27.3.1993. )), in het leven geroepen. Deze richtlijn is vastgesteld in het vooruitzicht van de voltooiing van de interne markt en is derhalve in beginsel alleen van toepassing op cultuurgoederen die na 1 januari 1993 op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied zijn gebracht van de Lid-Staat waar ze als nationaal bezit worden aangemerkt. Artikel 14, lid 2, van deze richtlijn voorziet evenwel in de mogelijkheid voor elke Lid-Staat om de bij de richtlijn ingevoerde teruggaveverplichting uit te breiden tot als nationaal bezit aangemerkte cultuurgoederen die vóór 1 januari 1993 buiten het grondgebied van een andere Lid-Staat zijn gebracht.