91996E1390

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 1390/96 van Johanna MAIJ-WEGGEN aan de Commissie. De problemen van kleine theeproducenten in India

Publicatieblad Nr. C 305 van 15/10/1996 blz. 0091


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1390/96 van Johanna Maij-Weggen (PPE) aan de Commissie (6 juni 1996)

Betreft: De problemen van kleine theeproducenten in India

1. Weet de Commissie dat als gevolg van de daling van de theeprijzen op de internationale markt de kleine producenten van thee in Zuid-India in grote problemen zijn gekomen, waardoor de lonen van vrouwen in deze sector sterk zijn gedaald en de armoede in de gezinnen sterk is toegenomen?

2. Weet de Commissie dat er sprake is van omvangrijke kinderarbeid in deze sector en dat als gevolg van de prijsdaling nog meer is overgeschakeld op kinderarbeid tegen nog veel lagere lonen dan die van vrouwen?

3. Is de Commissie bereid om in het kader van het Stelsel van Algemene Preferenties een onderzoek in te stellen naar de werkomstandigheden voor vrouwen en kinderen in deze sector in India?

4. Is de Commissie bereid om na te gaan of hulp kan worden verleend aan kleine producenten bijvoorbeeld door met de ontwikkeling van een keurmerk eerlijke handel in thee te bevorderen, theecoöperatis in het zuiden die sociaal en ecologisch verantwoord produceren te ondersteunen en coöperatief krediet te verlenen en onderwijs te bieden aan thee-arbeidsters en kleine theeproducenten?

5. Is de Commissie bereid er zorg voor te dragen dat binnen de instellingen van de Europese Unie uitsluitend nog "fair trade¨ thee wordt verkocht?

Antwoord van de heer Marín namens de Commissie (15 juli 1996)

1. De Commissie is op de hoogte van de problemen waarmee de theesector kampt als gevolg van de daling van de theeprijzen in de wereld gedurende de laatste vijftien jaar, en van het feit dat 1994 een bijzonder slecht jaar was. De Commissie deelt de bezorgdheid van het geachte Parlementslid over de gevolgen hiervan op de lonen van vrouwen die in deze sector werkzaam zijn.

2. Vrouwen vormen inderdaad het grootste deel van de werknemers in de theesector en het risico dat zij vervangen worden door goedkope kinderarbeid is reëel. Om uitbuiting in de theesector en elders tegen te gaan, versterkt de Commissie op het ogenblik haar betrekkingen met het Internationaal Arbeidsbureau (IAB) via het Internationaal programma voor de afschaffing van kinderarbeid (IPEC), dat ervoor wil zorgen dat het gebruik van kinderarbeid in overeenstemming met internationale verdragen is. De Commissie is van mening dat zulke positieve maatregelen constructiever kunnen blijken dan het opwerpen van handelsbelemmeringen tegen bepaalde producenten die de prijzen naar omlaag dreigen te halen en de exploitatie van kinderarbeid enkel aanmoedigen.

3. De Verordeningen (EG) nr. 3281/94 ((PB L 348, 31.12.1994. )) en (EG) nr. 1256/96 ((PB L 160, 29.6.1996. )) van de Raad betreffende de toepassing van een meerjarenschema van preferenties in respectievelijk de industrie- en landbouwsector geven de Commissie geen bevoegdheid om een onderzoek in te stellen naar de werkomstandigheden die door het geachte Parlementslid aan de kaak worden gesteld.

4. De mogelijkheid om een kwaliteitslabel toe te kennen moet grondig bestudeerd worden. De eerste resultaten van het toekennen van een kwaliteitslabel voor tropisch hout en tapijten moeten worden onderzocht om de doelmatigheid van zulke regelingen te evalueren.

5. De Commissie kan haar aankoop van thee opnieuw onderzoeken indien een kwaliteitslabel wordt ingevoerd, maar zij kan niet spreken namens de andere Europese instellingen.