Beschikking van de president van het Gerecht van 17 maart 2025 –
Research Investments e.a./Europees Openbaar Ministerie

(Zaak T‑509/24 R)

„Kort geding – Institutioneel recht – Nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie – Verordening (EU) 2017/1939 – Verzoek om voorlopige maatregelen – Onbevoegdheid”

1. 

Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Ontvankelijkheidsvoorwaarden – Ontvankelijkheid prima facie van het beroep in de hoofdzaak – Summier onderzoek van het beroep in de hoofdzaak door de kortgedingrechter – Beroep tot nietigverklaring – Bevoegdheid van de Unierechter – Draagwijdte – Bevoegdheid van het Gerecht om kennis te nemen van de procedurele handelingen van het Europees Openbaar Ministerie – Bevoegdheid van het Gerecht om kennis te nemen van handelingen van de gedelegeerd Europese aanklager die louter informatief van aard zijn en geen rechtsgevolgen hebben ten aanzien van verzoekers – Betrokken handelingen die geen gegevens bevatten over een eventuele seponering van de onderhavige zaak – Daarvan uitgesloten

(Art. 19, lid 1, VEU; art. 263 VWEU; verordening 2017/1939 van de Raad, overweging 88 en art. 17, lid 1, art. 22, 25 en 42, leden 1, 2, 3 en 8)

(zie punten 19‑27)

2. 

Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Ontvankelijkheidsvoorwaarden – Ontvankelijkheid prima facie van het beroep in de hoofdzaak – Summier onderzoek van het beroep in de hoofdzaak door de kortgedingrechter – Beroep wegens nalaten – Bevoegdheid van de Unierechter – Draagwijdte – Bevoegdheid van het Gerecht om kennis te nemen van de procedurele handelingen van het Europees Openbaar Ministerie – Bevoegdheid van het Gerecht om kennis te nemen van handelingen van de gedelegeerd Europese aanklager die louter informatief van aard zijn en geen rechtsgevolgen hebben ten aanzien van verzoekers – Daarvan uitgesloten

(Art. 265 VWEU; verordening 2017/1939 van de Raad, overwegingen 88 en 89 en art. 42, lid 1)

(zie punten 28‑31)

Dictum

1) 

Het verzoek in kort geding wordt afgewezen.

2) 

De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.