|
8.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 164/48 |
Beroep ingesteld op 15 maart 2023 — VF / Raad
(Zaak T-143/23)
(2023/C 164/64)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: VF (vertegenwoordiger: C. Docclo, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
|
— |
richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (1) nietig verklaren voor zover |
|
— |
artikel 17 inkomen uit een scheepvaartactiviteit die valt onder een onder de staatssteunregels goedgekeurde tonnagebelastingregeling van een lidstaat uitsluit van het toepassingsgebied ervan, tenzij het gaat om “inkomen uit internationale scheepvaart” of “inkomen uit gekwalificeerde nevenactiviteiten in de internationale scheepvaart”; |
|
— |
artikel 17 slechts van toepassing is op voorwaarde dat “de groepsentiteit aantoont dat het strategische of commerciële beheer van alle betrokken schepen feitelijk wordt verricht vanuit de jurisdictie waar zij is gevestigd”; |
|
— |
de richtlijn geen overgangsmaatregelen inhoudt voor belastingplichtigen die op grond van een nationale tonnagebelastingregeling aanzienlijke investeringen hebben gedaan; |
|
— |
de Raad van de Europese Unie verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
|
1. |
Eerste middel: de richtlijn schendt het algemeen beginsel van gelijke behandeling van vergelijkbare ondernemingen. |
|
2. |
Tweede middel: de richtlijn schendt het algemeen beginsel van evenredigheid omdat haar gevolgen verder gaan dan noodzakelijk om haar doelstelling te bereiken. |
|
3. |
Derde middel: de toepassing van de richtlijn op louter interne situaties schendt het evenredigheidsbeginsel. |
|
4. |
Vierde middel: schending van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. |
|
5. |
Vijfde middel: schending van de artikelen 115 en 107 VWEU. |