Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 5 februari 2025 –
Ege İhracatçıları Birliği e.a. / Commissie

(Zaak T‑122/23) ( 1 )

„Subsidies – Invoer van regenboogforel van oorsprong uit Turkije – Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2390 – Definitieve compenserende recht – Kennelijke beoordelingsfout – Analyse van de overdracht – Berekening van het bedrag van de subsidie – Andere methode dan bij het oorspronkelijke onderzoek – Wijziging in de omstandigheden – Bestaan van een voordeel – Preferentiële fiscale leningen en behandelingen – Omschrijving van het betrokken product”

1. 

Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen subsidiepraktijken van derde staten – Beoordelingsbevoegdheid van de instellingen – Rechterlijke toetsing – Grenzen – Kennelijke beoordelingsfout – Bewijslast

(Verordening 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad)

(zie punten 14‑17, 43, 89, 132, 136)

2. 

Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen subsidiepraktijken van derde staten – Nieuw onderzoek – Berekening van het voordeel voor de ontvangers – Analyse van de overdracht bij het oorspronkelijke onderzoek – Toelaatbaarheid

(Verordening 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad, art. 1, lid 1, art. 3 en 5)

(zie punten 20‑25)

3. 

Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen subsidiepraktijken van derde staten – Verordening tot vaststelling van compenserende rechten – Beoordeling van de rechtmatigheid aan de hand van de gegevens die beschikbaar waren op het tijdstip van de vaststelling van de verordening – Niet-ontvankelijkheid – Onmogelijkheid voor een verzoeker die niet aan de administratieve procedure heeft deelgenomen om zich te beroepen op feitelijke gegevens die tijdens die procedure niet naar voren zijn gebracht

(Art. 263 VWEU; verordening 2022/2390 van de Commissie)

(zie punten 26‑34, 70, 71, 131)

4. 

Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen subsidiepraktijken van derde staten – Subsidie – Begrip – Aan de begunstigde toegekend voordeel – Berekening van het voordeel – Kennelijke beoordelingsfout – Bewijslast rustend op de verzoekende partij – Geen bewijs van een dergelijke beoordelingsfout

[Verordening 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, punten 1, a), i), en 2, art. 5 en 7, lid 4]

(zie punten 35‑39, 63‑69, 72‑85, 159‑169, 173‑187, 191‑199)

5. 

Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen subsidiepraktijken van derde staten – Nieuw onderzoek – Gewijzigde berekeningsmethode – Voorwaarden – Wijziging in de omstandigheden – Begrip – Strikte uitlegging – Aanpassing op basis van gegevens die niet zijn onderzocht tijdens de oorspronkelijke procedure – Aanpassing die geen wijziging van methode vormt

(Verordening 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad, art. 11, lid 9; verordening 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad, art. 22, lid 6)

(zie punten 44‑59, 90‑114)

6. 

Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen subsidiepraktijken van derde staten – Subsidie – Begrip – Financiële bijdrage van de overheid van het land van oorsprong of uitvoer – Rechtstreekse overdracht van middelen – Begrip – Herkomst van de middelen – Preferentiële laagrentende uitvoerkredieten en verdisconteringskredieten – Toekenning door een bank die volledig in handen is van de staat – Financieringen die een subsidie vormen

[Verordening 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, punten 1, a), i), en 2]

(zie punten 137‑153)

7. 

Gemeenschappelijke handelspolitiek – Bescherming tegen subsidiepraktijken van derde staten – Subsidie – Begrip – Aan de begunstigde toegekend voordeel – Financiële steun die met name de uitvoer van het betrokken product naar de Unie bevordert – Bewijslast rustend op de Commissie

[Verordening 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, punten 1, a), i), en 2]

(zie punten 203‑209, 213‑220)

Dictum

1) 

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2390 van de Commissie van 7 december 2022 tot wijziging van het bij uitvoeringsverordening (EU) 2021/823 ingestelde definitieve compenserende recht op bepaalde regenboogforel van oorsprong uit Turkije naar aanleiding van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 19 van verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad wordt nietig verklaard voor zover die betrekking heeft op Ege İhracatçıları Birliği en de overige verzoekende partijen van wie de namen zijn opgenomen in de bijlage bij het arrest, met uitzondering van Özpekler İnșaat Taahhüt Dayanıklı Tüketim Malları Su Ürünleri Sanayi ve Ticaret Ltd Șirketi en Selina Balık İșleme Tesisi İthalat İhracat Ticaret AȘ.

2) 

Het beroep wordt voor het overige verworpen.

3) 

De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten.


( 1 ) PB C 155 van 2.5.2023.