|
4.9.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 314/2 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond (Nederland) op 14 maart 2023 — K, L, M en N tegen Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(Zaak C-156/23, Ararat (1))
(2023/C 314/02)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekers: K, L, M en N
Verweerder: Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Prejudiciële vragen
|
1) |
Dient artikel 47 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie gelezen in samenhang met artikel 4 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, artikel 19, tweede lid, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en artikel 5 Terugkeerrichtlijn (2), aldus te worden uitgelegd dat een rechterlijke autoriteit ambtshalve de eventuele niet-naleving van de eerbiediging van het beginsel van non-refoulement moet vaststellen op basis van de gegevens in het dossier die haar ter kennis zijn gebracht en zoals aangevuld of verduidelijkt in de bij haar gevoerde procedure op tegenspraak? Is de omvang van deze verplichting afhankelijk van de omstandigheid of de gevoerde procedure op tegenspraak is ingeleid met een verzoek om internationale bescherming en is de omvang van deze verplichting dus anders indien een refoulementrisico wordt beoordeeld in het kader van toelating, dan wel in het kader van terugkeer? |
|
2) |
Dient artikel 5 Terugkeerrichtlijn, gelezen in samenhang met artikel 19, tweede lid, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, aldus te worden uitgelegd dat indien een terugkeerbesluit wordt genomen in een procedure die niet is ingeleid met verzoek om internationale bescherming, de beoordeling of het refoulementverbod aan terugkeer in de weg staat, moet plaatsvinden voorafgaand aan het opleggen van een terugkeerbesluit en staat een vastgesteld refoulementrisico dan in de weg aan het opleggen van een terugkeerbesluit of is een vastgesteld refoulementrisico in die situatie een uitzettingsbeletsel? |
|
3) |
Herleeft een terugkeerbesluit indien dit terugkeerbesluit is geschorst door een nieuwe procedure die niet is ingeleid met een verzoek om internationale bescherming of dient artikel 5 Terugkeerrichtlijn, gelezen in samenhang artikel 19, tweede lid, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, aldus te worden uitgelegd dat in het geval het refoulementrisico niet is beoordeeld in de procedure die leidt tot de hernieuwde vaststelling van onrechtmatig verblijf, een actuele beoordeling van het refoulementrisico dient te volgen en dient dan een nieuw terugkeerbesluit te worden opgelegd? Luidt de beantwoording van deze vraag anders indien geen sprake is van een geschorst terugkeerbesluit, maar van een terugkeerbesluit waaraan door de derdelander en door de autoriteiten gedurende geruime tijd geen uitvoering is gegeven? |
(1) De naam van de onderhavige zaak is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.
(2) Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB 2008, L 348, blz. 98).