2.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 155/36


Hogere voorziening ingesteld op 20 februari 2023 door PNB Banka AS tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer — uitgebreid) van 7 december 2022 in zaak T-275/19, PNB Banka / ECB

(Zaak C-99/23 P)

(2023/C 155/47)

Procestaal: Engels

Partijen

Rekwirante: PNB Banka AS (vertegenwoordiger: O. Behrends, Rechtsanwalt)

Andere partijen in de procedure: Europese Centrale Bank (ECB), Europese Commissie

Conclusies

het bestreden arrest vernietigen;

het bij brief van 14 februari 2019 ter kennis gebrachte besluit van de ECB om een inspectie ter plaatse in de bedrijfsruimten van rekwirante te verrichten, nietig verklaren;

de ECB verwijzen in de kosten;

voor zover het Hof van Justitie niet in staat is om ten gronde te beslissen, de zaak terugverwijzen naar het Gerecht.

Middel en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert rekwirante als enig middel aan dat het bestreden arrest procedureel onjuist is omdat het Gerecht de kwestie van de vertegenwoordiging van rekwirante in het kader van de procedure voor het Gerecht niet naar behoren heeft behandeld.

Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste opvatting door ervan uit te gaan dat een vraag met betrekking tot de integriteit van de procedure voor het Gerecht geen probleem oplevert zo lang kan worden gesteld dat het probleem niet zou bestaan in het hypothetische geval dat Letland zijn verplichtingen had nageleefd. Het Gerecht heeft daardoor het beginsel dat rechtsbescherming niet enkel theoretisch en denkbeeldig mag zijn, en dus artikel 47 van het Handvest, geschonden.