ARREST VAN HET HOF (Negende kamer)

8 mei 2025 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Richtlijn 2006/114/EG – Misleidende reclame en vergelijkende reclame – Artikel 4, onder c) – Geoorloofde vergelijkende reclame – Website die een onlinevergelijkingsdienst voor verzekeringen aanbiedt – Vergelijking door een derde door middel van een beoordelings- of puntensysteem – Artikel 2, onder c) – Noemen van een „concurrent” – Niet het geval”

In zaak C‑697/23,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Landgericht München I (rechter in eerste aanleg München I, Duitsland) bij beslissing van 7 november 2023, ingekomen bij het Hof op 17 november 2023, in de procedure

HUK-COBURG Haftplicht-Unterstützungs-Kasse kraftfahrender Beamter Deutschlands a.G. in Coburg

tegen

Check24 Vergleichsportal GmbH,

CHECK24 Vergleichsportal für Kfz-Versicherungen GmbH

CHECK24 Vergleichsportal für Sachversicherungen GmbH,

CHECK24 Vergleichsportal für Krankenversicherungen GmbH,

CHECK24 Vergleichsportal für Vorsorgeversicherungen GmbH,

CHECK24 Vergleichsportal für Versicherungsprodukte GmbH,

wijst

HET HOF (Negende kamer),

samengesteld als volgt: N. Jääskinen (rapporteur), kamerpresident, A. Arabadjiev en M. Condinanzi, rechters,

advocaat-generaal: M. Campos Sánchez-Bordona,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

HUK-COBURG Haftpflicht-Unterstützungs-Kasse kraftfahrender Beamter Deutschlands a.G. in Coburg, vertegenwoordigd door H.‑J. Omsels, Rechtsanwalt,

Check24 Vergleichsportal GmbH, CHECK24 Vergleichsportal für Kfz-Versicherungen GmbH, CHECK24 Vergleichsportal für Sachversicherungen GmbH, CHECK24 Vergleichsportal für Krankenversicherungen GmbH, CHECK24 Vergleichsportal für Vorsorgeversicherungen GmbH en CHECK24 Vergleichsportal für Versicherungsprodukte GmbH, vertegenwoordigd door A. Bauer, Rechtsanwalt,

de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door E. Manzo, avvocato dello Stato,

de Europese Commissie, vertegenwoordigd door P. Kienapfel en B.‑R. Killmann als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 4, onder c), van richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame (PB 2006, L 376, blz. 21).

2

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen HUK-COBURG Haftpflicht-Unterstützungs-Kasse kraftfahrender Beamter Deutschlands a.G. in Coburg (hierna: „HUK-Coburg”) en Check24 Vergleichsportal GmbH e.a. (hierna samen: „Check24”) over een vordering om geen gebruik meer te maken van een cijfermatig onlinevergelijkingssysteem op de door Check24 geëxploiteerde website.

Toepasselijke bepalingen

Unierecht

3

Artikel 1 van richtlijn 2006/114 bepaalt als volgt:

„Deze richtlijn beoogt handelaren te beschermen tegen misleidende reclame en de onbillijke gevolgen daarvan, en de voorwaarden vast te stellen waaronder vergelijkende reclame is geoorloofd.”

4

Artikel 2, onder c), van die richtlijn bepaalt:

„In deze richtlijn wordt verstaan onder:

[…]

c)

‚vergelijkende reclame’: elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd”.

5

Artikel 4 van die richtlijn luidt als volgt:

„Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op voorwaarde dat deze:

[…]

b)

goederen of diensten vergelijkt die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel zijn bestemd;

c)

op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen en diensten, waartoe ook de prijs kan behoren, met elkaar vergelijkt;

d)

niet de goede naam schaadt van en zich niet kleinerend uitlaat over de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen, diensten, activiteiten of omstandigheden van een concurrent;

[…]

h)

er niet toe leidt dat onder handelaren de adverteerder met een concurrent wordt verward of dat de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten van de adverteerder met die van een concurrent worden verward.”

6

Artikel 5 van de richtlijn bepaalt in lid 1, eerste alinea:

„De lidstaten zorgen voor de invoering van passende en doeltreffende middelen ter bestrijding van misleidende reclame en voor de naleving van de bepalingen inzake vergelijkende reclame in het belang van handelaren en concurrenten.”

Duits recht

7

§ 6 van het Gesetz gegen den unlauteren Wettbewerb (wet ter bestrijding van oneerlijke mededinging) van 3 juli 2004 (BGBl. 2004 I, blz. 1414), in de op het hoofdgeding toepasselijke versie (hierna: „UWG”), luidt als volgt:

„(1)   Vergelijkende reclame is elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd.

(2)   Hij die vergelijkende reclame maakt, handelt oneerlijk wanneer die reclame:

[…]

2.

niet op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken of de prijs van deze goederen of diensten met elkaar vergelijkt;

[…]”

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

8

HUK-Coburg is de moedermaatschappij van een grote Duitse verzekeringsgroep waarvan de dochterondernemingen verzekeringen aanbieden op verschillende gebieden, onder meer op het gebied van autoverzekeringen.

9

Check24 is een groep ondernemingen naar Duits recht die een website exploiteert waarbij aan de gebruikers van die website kosteloos de mogelijkheid wordt geboden om verschillende producten te vergelijken, waaronder verzekeringen. Die vergelijking wordt gemaakt op basis van een aantal criteria, waaronder ook de prijs, en geschiedt door middel van cijfers die aan de verschillende aangeboden verzekeringen worden toegekend (hierna: „score”). Deze website biedt tevens de mogelijkheid om overeenkomsten met de aanbieders van die producten te sluiten.

10

De scorevergelijking wordt in beginsel voor de verschillende betrokken verzekeringsbranches volgens hetzelfde schema geconcipieerd. Er wordt een resultatenpagina verkregen nadat bepaalde referentiegegevens – waarvan sommige verplicht zijn en andere optioneel – zijn ingegeven over de verzekeringnemer en het gewenste product. Deze resultatenpagina bevat een lijst van door verschillende verzekeraars aangeboden verzekeringen, alsook een kort overzicht van alle wezenlijk geachte informatie over die aanbiedingen, te weten de naam van de verzekeraar, de prijs van de betrokken verzekering en ook – in beknopte vorm – de details van die verzekering. Verder wordt in een rechthoekig veld met een blauwe rand onder de naam van de verzekeraar die wordt vergeleken een uitdrukkelijk als zodanig aangeduide score weergegeven. Deze score wijst op een numerieke waarde die gaat van 1,0 tot en met 4,0 en naargelang het geval vergezeld gaat van de kwalificatie „zeer goed”, „goed”, „ruim voldoende” of „voldoende”, die aan iedere verzekeraar wordt toegewezen. Boven aan de lijst staat een eerste aanbieding, die in de meeste gevallen wordt beoordeeld als „beste prijs-kwaliteitverhouding”, en daarna volgt een tweede aanbieding, die als „beste keus” naar voren komt.

11

De volgende aanbiedingen zijn in beginsel gerangschikt in oplopende prijsvolgorde, maar de gebruiker van de website kan ook door bepaalde knoppen aan te klikken kiezen voor een andere rangschikking, namelijk op basis van de naam van de in alfabetische volgorde vermelde verzekeraars, de in aflopende volgorde weergegeven scores of de klantenbeoordelingen, gerangschikt van de beste naar de slechtste beoordeling. Daarnaast opent er ook een pop-upvenster met basisinformatie over de score wanneer de gebruiker met de cursor van de muis over het veld met die score gaat.

12

De score berust op een puntensysteem dat is gebaseerd op een aantal verschillende „beoordelingsparameters” en waarbij tot een zeker maximum punten worden toegekend die bij elkaar opgeteld een puntentotaal opleveren. De beoordelingsparameters en het puntentotaal variëren afhankelijk van de betrokken verzekeringsbranche. Beoordelingsparameters zijn onderverdeeld in subgroepen of categorieën die per betrokken verzekeringsbranche verschillen, en gaan vergezeld van een groen of geel vinkje of een rood kruis. Onder aan het pop-upvenster wordt vermeld dat een groen vinkje staat voor „zeer goed”, een geel vinkje voor „gemiddeld” en een rood kruis voor „ondergemiddeld/niet verzekerd”.

13

In die context is HUK-Coburg in 2020 bij het Landgericht Köln (rechter in eerste aanleg Keulen, Duitsland) een procedure gestart tegen Check24, en heeft zij onder meer aangevoerd dat de door middel van scores voorgestelde vergelijkingen met betrekking tot motorvoertuigenverzekeringen op de betrokken website in strijd waren met § 6, lid 2, punt 2, UWG. Deze rechter heeft die zienswijze bevestigd bij vonnis van 22 april 2020, waardoor Check24 voor motorvoertuigenverzekeringen haar website heeft aangepast en meer informatie over de scores heeft geplaatst voor de betreffende consumenten. Vervolgens heeft Check24 ook voor andere verzekeringsproducten vergelijkbare wijzigingen aangebracht.

14

Op 26 november 2020 heeft HUK-Coburg bij die rechter een vordering ingesteld tegen Check24 Vergleichsportal, de onderneming die de genoemde website aan consumenten ter beschikking stelt. Bij beslissing van 22 maart 2021 is de zaak op verzoek van HUK-Coburg verwezen naar het Landgericht München I (rechter in eerste aanleg München I, Duitsland), de verwijzende rechter. HUK-Coburg heeft staking en schadevergoeding geëist en verwees daarbij naar specifieke inbreuken zoals met name de weergave van scores op de resultatenpagina’s als zodanig, maar ook in combinatie met de bijbehorende informatie die door middel van pop-upvensters wordt gegeven. In dat verband heeft verzoekster betoogd dat dergelijke scores volgens het nationale recht ongeoorloofde vergelijkende reclame vormen omdat zij moeten worden beschouwd als waardeoordelen aan de hand waarvan geen vergelijkende reclame mag worden gemaakt. Zij wekken namelijk een verkeerde indruk van objectiviteit en kunnen een groot gevaar voor misleiding van de consument vormen, aldus verzoekster.

15

Op 20 september 2021 heeft HUK-Coburg haar vordering tot Check24 uitgebreid. In het bijzonder heeft HUK-Coburg CHECK24 Vergleichsportal für Sachversicherungen GmbH verzocht om de inboedel- en rechtsbijstandsverzekeringen niet meer weer te geven op prijs en klantenbeoordeling.

16

Volgens de verwijzende rechter hangt het antwoord op de vraag of § 6, lid 2, punt 2, UWG zich in algemene zin verzet tegen een vergelijking door middel van scores, zoals aan de orde in het bij hem aanhangige geding, af van de uitlegging van artikel 4, onder c), van richtlijn 2006/114.

17

Deze rechter is om te beginnen van oordeel dat een score een getal is dat op zichzelf aan de consument geen informatie over het vergeleken product verschaft die voldoende belangrijk is om tot een aankoopbeslissing te leiden, zodat die score geen kenmerk van een product is in de zin van artikel 4, onder c), van richtlijn 2006/114.

18

Vervolgens merkt hij op dat het toekennen van punten of scores een subjectieve handeling is, terwijl die bepaling uitdrukkelijk een objectieve vergelijking vereist. Die objectiviteit wordt naast de controleerbaarheid vereist en moet dus een autonome, daarvan onafhankelijke betekenis hebben, aldus de verwijzende rechter.

19

Bovendien merkt die rechter op dat richtlijn 2006/114 vergelijkende reclame vanuit het oogpunt van mededingings- en consumentenbeleid in beginsel als positief beoordeelt en consumenten en concurrenten uitsluitend wil beschermen tegen de eventuele nadelen van die reclame. In die omstandigheden moeten de voorwaarden van artikel 4, onder c), van richtlijn 2006/114 volgens hem ruim worden uitgelegd.

20

Volgens de verwijzende rechter is het ten slotte zo dat een beoordelings- of puntensysteem een beknopte vergelijking van een groot aantal criteria mogelijk maakt en de consument dus kan helpen bij ingewikkelde aankooptransacties.

21

Tegen deze achtergrond heeft het Landgericht München I de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:

„Moet artikel 4, onder c), van richtlijn [2006/114] aldus worden uitgelegd dat aan de in deze bepaling gestelde voorwaarden voor geoorloofde vergelijkende reclame ook kan zijn voldaan wanneer de vergelijking door middel van een beoordelings- of puntensysteem wordt uitgevoerd?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag

22

Vooraf zij opgemerkt dat het, in het kader van de bij artikel 267 VWEU ingestelde procedure van samenwerking tussen de nationale rechterlijke instanties en het Hof, de taak van het Hof is om de nationale rechter een nuttig antwoord te geven aan de hand waarvan deze het bij hem aanhangige geding kan beslechten. Daartoe dient het Hof de voorgelegde vragen in voorkomend geval te herformuleren. Het Hof heeft namelijk tot taak om alle bepalingen van Unierecht uit te leggen die noodzakelijk zijn voor de beslechting van de bij nationale rechterlijke instanties aanhangige gedingen, ook wanneer die bepalingen niet uitdrukkelijk worden genoemd in de door die rechterlijke instanties gestelde vragen [arrest van 7 november 2019, K.H.K. (Conservatoir beslag op bankrekeningen), C‑555/18, EU:C:2019:937, punt 28 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

23

Het feit dat het in de gestelde vraag formeel gezien gaat om de uitlegging van artikel 4, onder c), van richtlijn 2006/114 en met name aan de orde is of aan de voorwaarden voor geoorloofde vergelijkende reclame ook kan zijn voldaan wanneer de vergelijking door middel van een beoordelings- of puntensysteem wordt uitgevoerd, belet het Hof dus niet om alle uitleggingsgegevens met betrekking tot het Unierecht te verschaffen die van nut kunnen zijn voor de beslechting van het hoofdgeding. Het staat in dit verband aan het Hof om uit alle door de nationale rechter verschafte gegevens, en met name uit de motivering van de verwijzingsbeslissing, de elementen van dit recht te putten die, gelet op het voorwerp van het hoofdgeding, uitlegging behoeven [zie naar analogie arrest van 7 november 2019, K.H.K. (Conservatoir beslag op bankrekeningen), C‑555/18, EU:C:2019:937, punt 29 en aldaar aangehaalde rechtspraak].

24

Gelet op de elementen die naar voren komen uit het verzoek om een prejudiciële beslissing moet in casu worden onderzocht of een door een onderneming aangeboden onlinevergelijkingsdienst voor verzekeringsproducten kan worden beschouwd als „vergelijkende reclame” in de zin van artikel 2, onder c), van richtlijn 2006/114 en, zo ja, of een dergelijke vorm van reclame voldoet aan de in deze richtlijn gestelde voorwaarden voor geoorloofde reclame.

25

In artikel 2, onder c), van die richtlijn wordt het begrip „vergelijkende reclame” gedefinieerd als „elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd”.

26

Dienaangaande heeft het Hof reeds verduidelijkt dat het kenmerkende element van het begrip „vergelijkende reclame” daarin ligt dat er een concurrent van de adverteerder of door deze concurrent aangeboden goederen of diensten wordt/worden vermeld (arresten van 19 april 2007, De Landtsheer Emmanuel, C‑381/05, EU:C:2007:230, punt 27, en 18 november 2010, Lidl, C‑159/09, EU:C:2010:696, punt 30).

27

Bijgevolg is het, zoals de Europese Commissie terecht heeft benadrukt, in dit geval beslissend of een groep ondernemingen die onlinevergelijkingsdiensten voor verzekeringsproducten aanbiedt, in de zin van artikel 2, onder c), van richtlijn 2006/114 als „concurrent” van een verzekeringsgroep kan worden aangemerkt.

28

Hieruit volgt dat de adverteerder, te weten Check24, een concurrent van HUK-Coburg moet zijn, wil de in het geding zijnde praktijk worden beschouwd als vergelijkende reclame in de zin van dat artikel en wil deze praktijk dus onder de werkingssfeer van die richtlijn vallen. Het is aan de verwijzende rechter om dit te beoordelen.

29

Dienaangaande moet worden opgemerkt dat noch de genoemde bepaling, noch enige andere bepaling van de richtlijn een definitie van het begrip „concurrent” bevat.

30

Met betrekking tot het begrip „concurrent” moet eraan worden herinnerd dat het Hof reeds heeft verduidelijkt dat de hoedanigheid van „concurrerende ondernemingen” die onder het begrip vergelijkende reclame vallen, per definitie berust op de substitueerbaarheid van de goederen of diensten die deze ondernemingen op de markt aanbieden (arresten van 19 april 2007, De Landtsheer Emmanuel, C‑381/05, EU:C:2007:230, punt 28, en 18 november 2010, Lidl, C‑159/09, EU:C:2010:696, punt 30).

31

Daarom is vergelijkende reclame slechts geoorloofd op grond van artikel 4, onder b), van richtlijn 2006/114 indien daarin goederen of diensten worden vergeleken die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel zijn bestemd (zie in die zin arrest van 19 april 2007, De Landtsheer Emmanuel, C‑381/05, EU:C:2007:230, punt 29).

32

Bovendien kan, zoals het Hof reeds heeft geoordeeld, op grond van het feit dat producten tot op zekere hoogte aan dezelfde behoeften kunnen voldoen, worden geconcludeerd dat zij in zekere mate substitueerbaar zijn (arresten van 19 april 2007, De Landtsheer Emmanuel, C‑381/05, EU:C:2007:230, punt 30, en 18 november 2010, Lidl, C‑159/09, EU:C:2010:696, punt 32).

33

Ten slotte vereist de concrete beoordeling van deze mate van substitueerbaarheid, die moet worden verricht door de nationale rechterlijke instanties tegen de achtergrond van de doelstellingen van richtlijn 2006/114 en van de in de rechtspraak van het Hof geformuleerde beginselen, dat criteria worden onderzocht op basis waarvan kan worden geconcludeerd tot het bestaan van een concurrentieverhouding tussen op zijn minst een deel van het assortiment van producten die door de betrokken ondernemingen worden aangeboden (zie in die zin arrest van 19 april 2007, De Landtsheer Emmanuel, C‑381/05, EU:C:2007:230, punt 33).

34

In casu moet er, gelet op de voorafgaande overwegingen, bij het onderzoek naar het bestaan van een concurrentieverhouding tussen Check24 en HUK-Coburg, waartoe de verwijzende rechter dient over te gaan, naar worden gekeken of de diensten die door de respectievelijke partijen in het hoofdgeding worden aangeboden mogelijkerwijs substitueerbaar zijn, teneinde te bepalen of die partijen op dezelfde markt actief zijn.

35

Dienaangaande blijkt uit het dossier waarover het Hof beschikt dat HUK-Coburg op verschillende gebieden verzekeringsdiensten verleent aan haar klanten, terwijl Check24 zelf geen dergelijke diensten aanbiedt, maar slechts verschillende door verzekeringsondernemingen aangeboden verzekeringen online vergelijkt door middel van een beoordelings- of puntensysteem en het eventueel als tussenpersoon mogelijk maakt om overeenkomsten te sluiten met verzekeringsondernemingen die de vergeleken diensten verlenen.

36

Uit dit dossier blijkt dus dat Check24 een vergelijkingswebsite voor verzekeringsdiensten exploiteert en zelf geen verzekeringsonderneming is, zodat zij dergelijke diensten niet kan verlenen en deze ook niet kan aanbieden, ook niet wanneer zij louter als tussenpersoon het sluiten van contracten tussen klanten en aanbieders van verzekeringsproducten mogelijk maakt.

37

Onder voorbehoud van nadere verificatie door de verwijzende rechter moet er dan ook van worden uitgegaan dat een verzekeringsgroep zoals HUK-Coburg en een groep van ondernemingen zoals Check24, die onlinevergelijkingsdiensten voor verzekeringsproducten verleent, diensten aanbieden die niet substitueerbaar zijn en dus actief zijn op verschillende dienstenmarkten.

38

Hieruit volgt dat door een onderneming verleende onlinevergelijkingsdiensten voor verzekeringsproducten waarbij noch een concurrent van deze onderneming, noch de door deze concurrent aangeboden goederen of diensten worden genoemd, niet onder het begrip „vergelijkende reclame” in de zin van artikel 2, onder c), van richtlijn 2006/114 vallen.

39

Gelet op een en ander moet aan de verwijzende rechter worden geantwoord dat artikel 2, onder c), van richtlijn 2006/114 aldus moet worden uitgelegd dat een onlinevergelijkingsdienst voor goederen of diensten die wordt verleend door een onderneming die geen „concurrent” in de zin van deze bepaling is, dat wil zeggen die de door haar vergeleken goederen of diensten niet zelf aanbiedt en bijgevolg op een andere goederen- of dienstenmarkt actief is, niet onder het in die bepaling genoemde begrip „vergelijkende reclame” valt. Dit geldt ook wanneer die onderneming optreedt als tussenpersoon en consumenten de mogelijkheid biedt om overeenkomsten te sluiten met ondernemingen die de betrokken goederen of diensten aanbieden, maar niet zelf actief is op die goederen- of dienstenmarkt.

Kosten

40

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Het Hof (Negende kamer) verklaart voor recht:

 

Artikel 2, onder c), van richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame

 

moet aldus worden uitgelegd dat

 

een onlinevergelijkingsdienst voor goederen of diensten die wordt verleend door een onderneming die geen „concurrent” in de zin van deze bepaling is, dat wil zeggen die de door haar vergeleken goederen of diensten niet zelf aanbiedt en bijgevolg op een andere goederen- of dienstenmarkt actief is, niet valt onder het in die bepaling genoemde begrip „vergelijkende reclame”. Dit geldt ook wanneer die onderneming optreedt als tussenpersoon en consumenten de mogelijkheid biedt om overeenkomsten te sluiten met ondernemingen die de betrokken goederen of diensten aanbieden, maar niet zelf actief is op die goederen- of dienstenmarkt.

 

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Duits.