Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 8 mei 2025 –
Commissie / Slovenië (Stortplaats te Bukovžlak)

(Zaak C‑318/23)

„Niet-nakoming – Milieu – Richtlijn 1999/31/EG – Storten van afvalstoffen – Richtlijn 2008/98/EG – Afvalstoffenbeheer – Arrest van het Hof waarbij niet-nakoming wordt vastgesteld – Gedeeltelijke niet-uitvoering – Artikel 260, lid 2, VWEU – Geldelijke sancties – Forfaitaire som”

1. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Termijn voor uitvoering – Uitvoering die onverwijld in gang moet worden gezet en zo snel mogelijk moet worden voltooid – Vertraging bij de uitvoering van een arrest inzake het storten van afvalstoffen – Rechtvaardiging – Geen

(Art. 260, lid 1, VWEU; richtlijn 2008/98 van het Europees Parlement en de Raad; richtlijn 1999/31 van de Raad)

(zie punten 35, 38‑43, 79)

2. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Termijn voor uitvoering – Referentiedatum voor beoordeling van het bestaan van de niet-nakoming – Datum waarop de termijn verstrijkt die in de aanmaningsbrief is gesteld

(Art. 260, lid 2, VWEU)

(zie punten 36, 37)

3. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Niet-nakoming van de verplichting om het arrest uit te voeren – Financiële sancties – Doel – Voorkomen dat soortgelijke inbreuken zich vaker voordoen

(Art. 260, lid 2, VWEU)

(zie punten 62, 63)

4. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Niet-nakoming van de verplichting om het arrest uit te voeren – Financiële sancties – Oplegging van een forfaitaire som – Beoordelingsbevoegdheid van het Hof – Beoordelingscriteria

(Art. 260, lid 2, VWEU)

(zie punten 64‑67, 83)

5. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Niet-nakoming van de verplichting om het arrest uit te voeren – Financiële sancties – Forfaitaire som – Vaststelling van het bedrag – Criteria – Ernst van de inbreuk – Langdurig verzuim om het arrest van het Hof uit te voeren – Fundamentele karakter van de bepalingen waarop de vastgestelde niet-nakoming betrekking heeft – Niet-uitvoering van een arrest inzake het storten van afvalstoffen – Verzachtende omstandigheden

(Art. 260, lid 2, VWEU)

(zie punten 68‑76, 83)

6. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Niet-nakoming van de verplichting om het arrest uit te voeren – Financiële sancties – Forfaitaire som – Vaststelling van het bedrag – Criteria – Duur van de inbreuk – Beoordeling op de datum van het onderzoek van de feiten door het Hof

(Art. 260, lid 2, VWEU)

(zie punten 77, 78, 80, 83)

7. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Niet-nakoming van de verplichting om het arrest uit te voeren – Financiële sancties – Forfaitaire som – Vaststelling van het bedrag – Criteria – Draagkracht – Beoordelingsdatum

(Art. 260, lid 2, VWEU)

(zie punten 81‑83)

Dictum

1) 

De Republiek Slovenië is tekortgeschoten in de krachtens artikel 260, lid 1, VWEU op haar rustende verplichtingen door niet de maatregelen te treffen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van 16 juli 2015, Commissie/Slovenië (C‑140/14, EU:C:2015:501), met betrekking tot perceel nr. 115/1 van de gemeente Teharje (Bukovžlak).

2) 

De Republiek Slovenië wordt veroordeeld om aan de Europese Commissie een forfaitaire som van 1200000 EUR te betalen.

3) 

De Republiek Slovenië wordt verwezen in haar eigen kosten en in die van de Europese Commissie.