Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 22 mei 2025 –
Commissie / Nederland
(Richtlijn open data en hergebruik van overheidsinformatie)

(Zaak C‑213/23)

„Niet-nakoming – Artikel 258 VWEU – Richtlijn (EU) 2019/1024 – Open data en hergebruik van overheidsinformatie – Onvolledige omzetting van deze richtlijn en geen onverwijlde mededeling van de omzettingsmaatregelen – Artikel 260, lid 3, VWEU – Verzoek om veroordeling tot betaling van een forfaitaire som en een dwangsom – Gedeeltelijke afstand van instantie”

1. 

Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van de gegrondheid door het Hof – Situatie die in aanmerking moet worden genomen – Situatie bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn

(Art. 258 VWEU; richtlijn 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad)

(zie punt 39)

2. 

Beroep wegens niet-nakoming – Niet-nakoming van uit een richtlijn voortvloeiende verplichtingen – Verplichting tot mededeling van omzettingsmaatregelen – Omvang

(Art. 258 en art. 260, lid 3, VWEU)

(zie punt 40)

3. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Niet-nakoming van de verplichting tot mededeling van maatregelen ter omzetting van een richtlijn – Financiële sancties – Beoordelingsbevoegdheid van het Hof – Criteria

(Art. 260, lid 3, VWEU; richtlijn 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad)

(zie punten 81‑86, 109‑113)

4. 

Beroep wegens niet-nakoming – Arrest van het Hof waarin de niet-nakoming wordt vastgesteld – Niet-nakoming van de verplichting tot mededeling van maatregelen ter omzetting van een richtlijn – Financiële sancties – Forfaitaire som – Vaststelling van het bedrag – Criteria

(Art. 260, lid 3, VWEU; richtlijn 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad)

(zie punten 87, 91, 92, 97, 100, 102, 107, 108)

Dictum

1) 

Het Koninkrijk der Nederlanden is de verplichtingen niet nagekomen die op deze lidstaat rusten krachtens artikel 17 van richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie, doordat het bij het verstrijken van de termijn die is gesteld in het met redenen omkleed advies van de Europese Commissie van 6 april 2022 niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen had vastgesteld die nodig waren om aan deze richtlijn te voldoen, en doordat het deze bepalingen dus niet aan de Commissie had meegedeeld.

2) 

Het Koninkrijk der Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling aan de Europese Commissie van een forfaitaire som van 10000000 EUR.

3) 

Het Koninkrijk der Nederlanden wordt verwezen in zijn eigen kosten en in die van de Europese Commissie.