Beschikking van de president van het Gerecht van 3 juni 2022 – Mariani / Parlement

(zaak T‑196/22 R)

„Kort geding – Institutioneel recht – Lid van het Parlement – Verbod om deel uit te maken van verkiezingswaarnemingsdelegaties van het Parlement – Verzoek tot opschorting van tenuitvoerlegging – Geen spoedeisendheid”

1. 

Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Voorwaarden voor toekenning – Fumus boni juris – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Cumulatief karakter – Afweging van alle betrokken belangen – Volgorde van onderzoek en wijze van toetsing – Beoordelingsbevoegdheid van de rechter in kort geding

(Art. 256, lid 1, 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156, lid 4)

(zie punten 15‑18)

2. 

Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Voorwaarden voor toekenning – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Bewijslast

(Art. 256, lid 1, 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156, lid 4)

(zie punt 21)

3. 

Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Voorwaarden voor toekenning – Fumus boni juris – Spoedeisendheid – Cumulatief karakter – Bijzonder ernstige fumus boni juris – Geen invloed op de verplichting tot een afzonderlijk onderzoek van de spoedeisendheid

(Art. 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156, lid 4)

(zie punt 28)

4. 

Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Voorwaarden voor toekenning – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Inaanmerkingneming van de kennelijke onwettigheid van het bestreden besluit – Bewijslast

(Art. 278 en 279 VWEU; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 156, lid 4)

(zie punt 40)

Dictum

1) 

Het verzoek in kort geding wordt afgewezen.

2) 

De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.