20.6.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 237/73


Beroep ingesteld op 28 april 2022 — Intel Corporation/Commissie

(Zaak T-236/22)

(2022/C 237/94)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Intel Corporation Inc. (Wilmington, Delaware, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: D. Beard, J. Williams, Barristers-at-law, en B. Meyring, advocaat)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

a.

de Commissie gelasten een vergoeding te betalen ten belope van 593 177 661,75 EUR, welke bedrag overeenkomt met vertragingsrente over de hoofdsom van 1 060 000 000 EUR tegen de herfinancieringsrentevoet van de ECB die gold op de eerste kalenderdag van de maand waarin besluit C(2009) 3726 final van 13 mei 2009 is vastgesteld (namelijk 1,25 %) vermeerderd met 3,5 procentpunten (of tegen een rentevoet die het Gerecht passend acht), voor de periode van 13 augustus 2009 (de datum waarop Intel de geldboete voorlopig heeft betaald) tot en met 25 februari 2022 (de datum waarop de Commissie de hoofdsom van de geldboete heeft terugbetaald), verminderd met het rentebedrag dat de Commissie reeds aan Intel heeft betaald, te weten 38 059 598,52 EUR;

b.

de Commissie gelasten de rente te betalen over het onder a) hierboven gevorderde bedrag, voor de periode vanaf 25 februari 2022 (de datum waarop de Commissie de hoofdsom van de geldboete heeft terugbetaald), of subsidiair vanaf 28 april 2022 (de datum waarop het onderhavige beroep is ingesteld), of meer subsidiair, vanaf de datum waarop op het onderhavige beroep uitspraak wordt gedaan, tot aan de datum waarop de Commissie daadwerkelijk het bedrag betaalt ter uitvoering van de uitspraak waarbij het onderhavige beroep wordt toegewezen, tegen de rentevoet die door de ECB wordt toegepast voor herfinancieringstransacties vermeerderd met 3,5 procentpunten of tegen een rentevoet die het Gerecht passend acht;

c.

voorts of subsidiair:

i.

enig besluit van de Commissie, ook enig in de e-mail van de Commissie van 1 maart 2022 vervat besluit, waarbij de betaling van vertragingsrente wordt geweigerd nietig verklaren en de Commissie gelasten vertragingsrente te betalen ten belope van dezelfde bedragen als gevorderd onder a) en b) hierboven, of

ii.

subsidiair, vaststellen dat de Commissie onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij heeft nagelaten Intel vertragingsrente over de hoofdsom van een terugbetaalde geldboete te betalen nadat besluit C(2009) 3726 final van de Commissie van 13 mei 2009 in zaak COMP/C-3/37.990 Intel nietig was verklaard, en de Commissie gelasten vertragingsrente te betalen ten belope van dezelfde bedragen als gevorderd onder a) en b) hierboven;

d.

in elk geval, de Commissie verwijzen in de kosten en uitgaven van Intel die verband houden met deze procedure.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van het beroep voert verzoekster drie middelen aan.

1.

Ten eerste vordert verzoekster krachtens artikel 268 VWEU, gelezen in samenhang met artikel 340, tweede alinea, VWEU en artikel 41, lid 3, van het Handvest van de grondrechten, de betaling van een vergoeding en de daarmee gepaard gaande rente voor de geleden schade ten gevolge van de weigering van de Europese Commissie om aan Intel vertragingsrente te betalen over de hoofdsom van een geldboete die is terugbetaald nadat artikel 2 van besluit C(2009) 3726 final van de Commissie van 13 mei 2009 in zaak COMP/C-3/37.990 Intel bij arrest van 26 januari 2022, Intel Corporation/Commissie, (T-286/09 RENV, EU:T:2022:19), nietig was verklaard. Verzoekster baseert zich in dit verband op het vereiste krachtens artikel 266 VWEU om de maatregelen te nemen die nodig zijn teneinde uitvoering te geven aan de nietigverklaring van een geldboete, hetgeen tevens de betaling van vertragingsrente omvat.

2.

Ten tweede vordert verzoekster, voorts of subsidiair, de nietigverklaring krachtens artikel 263 VWEU van enig besluit van de Commissie waarbij de betaling wordt geweigerd van vertragingsrente tegen de rentevoet waarnaar hierboven wordt verwezen, aangezien een dergelijke weigering in strijd is met artikel 266 VWEU.

3.

Ten derde vordert verzoekster, meer subsidiair, dat — voor zover de Commissie geen definitief standpunt heeft ingenomen (hoewel verzoekster daar meermaals om heeft verzocht) — krachtens artikel 265 VWEU wordt vastgesteld dat de Commissie onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij heeft nagelaten Intel krachtens artikel 266 VWEU de vertragingsrente te betalen waaraan hierboven is gerefereerd en dat de Europese Commissie wordt gelast die vertragingsrente te betalen tegen de rentevoet waarnaar hierboven wordt verwezen.

4.

Geheel subsidiair stelt verzoekster dat een met de verordening(en) van 2002, 2012 en/of 2018 strijdige uitlegging die ertoe leidt dat er geen vertragingsrente wordt betaald in overeenstemming met artikel 266 VWEU, zoals uitgelegd door het Hof en het Gerecht, tot gevolg heeft dat de relevante bepalingen in strijd zijn met primair Unierecht. In die omstandigheden werpt verzoekster subsidiair en incidenteel een exceptie van onwettigheid op grond van artikel 266 VWEU en artikel 277 VWEU op.