29.8.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 326/9


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Pécsi Törvényszék (Hongarije) op 7 juni 2022 — Viterra Hungary Kft. / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága

(Zaak C-366/22)

(2022/C 326/13)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Pécsi Törvényszék

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Viterra Hungary Kft.

Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága

Prejudiciële vragen

1)

Moet het Unierecht, met name uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen de praktijk van een lidstaat waarbij de uitvoering van een brandproces dat nodig is om het oplosmiddel hexaan (dat wordt gebruikt om olie te extraheren en schadelijk is voor de gezondheid van mens en dier) te verwijderen uit het residu dat overblijft na de extractie van olie uit sojabonen met behulp van hexaan, wordt beschouwd als een definitieve bewerking die dient als basis voor de indeling van het product onder post 2309 van de nomenclatuur en de indeling daarvan onder post 2304 van de nomenclatuur uitsluit?

2)

Moet het Unierecht, met name uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, aldus worden uitgelegd dat een product als ,,ongeschikt voor menselijke consumptie” moet worden beschouwd wanneer:

a)

het volledig uitgesloten en onmogelijk is om dat product in de levensmiddelenindustrie te gebruiken, dus wanneer het niet mogelijk is om het betrokken product in de levensmiddelenindustrie te gebruiken of te verwerken en het niet mogelijk is om uit dat product een product te vervaardigen dat door de mens kan worden geconsumeerd, of

b)

dat product niet door de mens kan worden geconsumeerd in de staat waarin het zich bevindt wanneer het wordt ingevoerd, maar het na gebruik of bewerking in de levensmiddelenindustrie mogelijk is om uit dat product een product te vervaardigen dat door de mens kan worden geconsumeerd?

3)

Moet het Unierecht, met name uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, aldus worden uitgelegd dat een product ook wordt beschouwd als waardevol veevoeder wanneer het in de vorm van pellets of korrels ingevoerde product fysiek moet worden vermalen en vermengd met een mengvoeder om door dieren te kunnen worden geconsumeerd?

4)

Moet het Unierecht, met name uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, aldus worden uitgelegd dat het Unierecht zich verzet tegen de praktijk van een lidstaat waarbij het feit dat een product genetische modificaties bevat, uitsluit dat het geschikt is voor menselijke consumptie, met als gevolg dat genetisch gemodificeerd sojameel niet kan worden gebruikt in de levensmiddelenindustrie?

5)

Moet het Unierecht, met name uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, aldus worden uitgelegd dat bij de indeling van een product onder post 2304 of post 2309 van de nomenclatuur het volgende moet worden onderzocht:

a)

het werkelijke gebruik van het product na invoer, of

b)

de objectieve kenmerken van het product op het tijdstip van invoer, dus of het product, in de staat waarin het zich op het tijdstip van invoer bevindt, voor menselijke voeding en/of veevoeder kan worden gebruikt?

6)

Moet het Unierecht, met name uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, aldus worden uitgelegd dat het feit dat sojameel ongeschikt is voor menselijke consumptie, er niet aan in de weg staat dat het wordt ingedeeld onder post 2304 van de nomenclatuur?

7)

Moet het Unierecht, met name uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie tot wijziging van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, aldus worden uitgelegd dat sojameel zoals hier aan de orde is, dus sojameel dat is gebrand om het hexaan te verwijderen dat wordt gebruikt voor de extractie van de olie en schadelijk is voor de gezondheid van mens en dier, onder post 2304 of post 2309 van de nomenclatuur valt?


(1)  PB 2016, L 294, blz. 1.