|
18.7.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 276/7 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Højesteret (Denemarken) op 10 mei 2022 — Anklagemyndigheden/PO en Moesgaard Meat 2012 A/S
(Zaak C-311/22)
(2022/C 276/11)
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Højesteret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Anklagemyndigheden
Verwerende partijen: PO en Moesgaard Meat 2012 A/S
Prejudiciële vragen
|
1) |
Moet punt 6.4, onder a), van bijlage I bij richtlijn 2010/75/EU (1) van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aldus worden uitgelegd dat onder het begrip “productie van geslachte dieren” ook het slachtproces valt, dat aanvangt wanneer het dier van stal wordt gehaald, wordt verdoofd en gedood en dat eindigt bij het uitsnijden van de grote standaardstukken, zodat het gewicht van het slachtdier moet worden berekend voordat de nek en de kop alsook de organen en de ingewanden van het karkas zijn verwijderd, of ziet de “productie van geslachte dieren” op de productie van geslachte varkens nadat zowel de organen en de ingewanden als de nek en de kop zijn verwijderd en nadat ze zijn leeggebloed en gekoeld, zodat het gewicht van het geslachte dier pas op dat tijdstip moet worden berekend? |
|
2) |
Moet punt 6.4, onder a), van bijlage I bij richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aldus worden uitgelegd dat bij het bepalen van het aantal productiedagen die deel uitmaken van de capaciteit “per dag”, alleen rekening moet worden gehouden met de dagen waarop het slachtvarken wordt verdoofd, gedood en onmiddellijk in stukken wordt gesneden, of aldus dat tevens rekening moet worden gehouden met de dagen waarop het uitslachten plaatsvindt, daaronder begrepen het gereed maken van het dier voor de slacht, de koeling van het geslachte dier en de verwijdering van de kop en de nek? |
|
3) |
Moet punt 6.4, onder a), van bijlage I bij richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aldus worden uitgelegd, dat de “capaciteit” van een slachthuis moet worden berekend als de maximale productie per dag binnen een termijn van 24 uur, rekening houdend met de door het slachthuis daadwerkelijk in acht genomen fysieke, technische of juridische beperkingen, maar dat de uitkomst van deze berekening niet lager mag zijn dan de gerealiseerde productie, of kan de “capaciteit” lager zijn dan de gerealiseerde productie, bijvoorbeeld indien de door het slachthuis gerealiseerde productie is bereikt in strijd met de fysieke, technische of juridische beperkingen op de productie waarvan bij de berekening van de “capaciteit” van het slachthuis is uitgegaan? |