Zaak C‑737/22
Staten og Kommunernes Indkøbsservice A/S
tegen
BibMedia A/S
(verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Østre Landsret)
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 13 juni 2024
„Prejudiciële verwijzing – Plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten – Richtlijn 2014/24/EU – Artikel 18 – Beginselen van gelijke behandeling en transparantie – Artikel 46 – Verdeling van opdrachten in percelen – Mogelijkheid voor de inschrijver die de op een na economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend, om een perceel te verkrijgen onder de voorwaarden van de economisch voordeligste inschrijving”
Prejudiciële vragen – Ontvankelijkheid – Grenzen – Kennelijk irrelevante vragen en hypothetische vragen gesteld in een context waarin een nuttig antwoord is uitgesloten – Geen
(Art. 267 VWEU)
(zie punten 25, 28)
Harmonisatie van de wetgevingen – Procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten – Richtlijn 2014/24 – Gunning van opdrachten – Beginselen van gelijke behandeling van de inschrijvers en transparantie – Verbod op onderhandelingen tussen de aanbestedende dienst en een inschrijver – Omvang – Voorwaarden voor de gunning van een opdracht verdeeld in percelen op basis van het criterium van de laagste prijs – Perceel met een lagere waarde dan het grootste perceel – Gunning aan de inschrijver met de op een na economisch voordeligste inschrijving – Voorwaarde – Aanpassing van de uitvoeringsprijs van het perceel met een lagere waarde aan die van de inschrijver die de economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend – Toelaatbaarheid
(Richtlijn 2014/24 van het Europees Parlement en de Raad, art. 18, lid 1, 27 en 46)
(zie punten 33‑39, 41 en dictum)
Samenvatting
Het Hof, dat om een prejudiciële beslissing is verzocht door de Østre Landsret (rechter in tweede aanleg voor het oosten van Denemarken), verduidelijkt in het kader van een procedure voor het plaatsen van een overheidsopdracht die in percelen is verdeeld, de draagwijdte van het transparantiebeginsel en het beginsel van gelijke behandeling en het daaruit voortvloeiende onderhandelingsverbod.
Staten og Kommunernes Indkøbsservice A/S (hierna: „SKI”), een aankoopcentrale die in handen is van de Deense Staat en de Kommunernes Landsforening (federatie van gemeenten van het Koninkrijk Denemarken), heeft een aanbesteding uitgeschreven met het oog op het sluiten van een raamovereenkomst betreffende de levering van met name bibliotheekmateriaal. In het bestek van deze aanbesteding was bepaald dat opdrachten betreffende Deense boeken en bladmuziek geografisch zijn onderverdeeld in twee percelen (oosten en westen). Hierin was tevens bepaald dat perceel 2 (westen) werd gegund aan de inschrijver die de economisch voordeligste inschrijving indiende, terwijl perceel 1 (oosten) werd toegewezen aan degene die de op een na economisch voordeligste inschrijving indiende, op voorwaarde dat hij bereid was dit perceel uit te voeren tegen de prijs van de inschrijver die de economisch voordeligste inschrijving had ingediend. Na het verstrijken van de termijn voor de indiening van de inschrijvingen heeft SKI, overeenkomstig de hierboven beschreven voorwaarden in het bestek, BibMedia perceel 2 (westen) gegund en voorgesteld om perceel 1 (oosten) aan AVM te gunnen, op voorwaarde dat AVM ermee instemde met betrekking tot dit perceel het materiaal te leveren en de diensten te verrichten tegen de prijzen die BibMedia had voorgesteld en waarvan AVM op de hoogte was gebracht.
Nadat AVM bezwaar had ingediend bij de Klagenævn for Udbud (commissie voor aanbestedingsgeschillen, Denemarken), heeft deze commissie zich op het standpunt gesteld dat SKI de Deense wet inzake overheidsopdrachten had geschonden op grond dat het bestek in strijd was met het uit de beginselen van gelijke behandeling en transparantie voortvloeiende onderhandelingsverbod. SKI heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Ret i Glostrup (rechter in eerste aanleg Glostrup, Denemarken), die het beroep heeft terugverwezen naar de Østre Landsret, de verwijzende rechter.
Tegen deze achtergrond heeft de rechter in tweede aanleg voor het oosten van Denemarken het Hof in wezen gevraagd of artikel 18, lid 1, van richtlijn 2014/24 aldus moet worden uitgelegd dat de in die bepaling neergelegde beginselen van gelijke behandeling en transparantie eraan in de weg staan dat in het kader van een procedure voor het plaatsen van een overheidsopdracht die in percelen is verdeeld, aan de inschrijver die de op een na economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend, overeenkomstig de in de aanbestedingsstukken vastgestelde voorwaarden, een perceel wordt gegund op voorwaarde dat hij ermee instemt met betrekking tot dit perceel het materiaal te leveren en de diensten te verrichten tegen dezelfde prijs als die welke is voorgesteld door de inschrijver die de economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend en aan wie daarom een ander, groter perceel van die opdracht is gegund.
Beoordeling door het Hof
Na in herinnering te hebben gebracht dat de beginselen van gelijke behandeling en transparantie zich verzetten tegen elke onderhandeling tussen de aanbestedende dienst en een inschrijver in het kader van een procedure voor het plaatsen van een overheidsopdracht, hetgeen betekent dat een inschrijving na de indiening ervan in beginsel niet mag worden aangepast op initiatief van de aanbestedende dienst of van de inschrijver, heeft het Hof geoordeeld dat een wijze van plaatsing van een overheidsopdracht zoals uiteengezet in het bestek van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde aanbesteding, geen enkel element van onderhandeling bevat.
In dit verband merkt het Hof op dat een dergelijke wijze van plaatsing van een overheidsopdracht waarborgt dat bij de gunning van alle percelen van de opdracht het criterium van de laagste prijs in acht wordt genomen, zonder dat de aanbestedende dienst van dit criterium kan afwijken of een inschrijver kan verzoeken zijn inschrijving te wijzigen, aangezien deze aanbestedende dienst zich moet baseren op de prijzen die vóór het verstrijken van de termijn voor de indiening van de offertes zijn voorgesteld en gedurende deze gehele procedure de rangorde in acht moet nemen die uit deze prijsaanbiedingen voortvloeit.
In een dergelijke aanbestedingsprocedure wordt de rangschikking van de inschrijvers immers rechtstreeks en definitief bepaald door de vóór het verstrijken van de termijn voor de indiening van de offertes voorgestelde prijzen. In deze rangschikking neemt de inschrijver die de laagste prijs heeft aangeboden, de eerste plaats in en zijn prijs is de prijs waartegen de opdracht in haar geheel zal worden gegund.
Het Hof verduidelijkt dat de mogelijkheid die het bestek biedt aan de inschrijver die de op een na economisch voordeligste inschrijving indient, om een perceel van de opdracht te verkrijgen, enkel voortvloeit – zoals uitdrukkelijk blijkt uit de aanbestedingsstukken – uit het feit dat hij de tweede plaats inneemt in de rangschikking van de in de offertes voorgestelde prijzen.
Of van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, hangt af van de beslissing van die inschrijver om het betrokken perceel al dan niet uit te voeren tegen de prijs van de inschrijver die de economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend. Deze voorwaarde maakt deel uit van de voorwaarden van de gunningsprocedure in het bestek van de aanbesteding. Wanneer de inschrijver die de op een na economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend, niet bereid is zijn prijs aan die prijs aan te passen, is het aan de inschrijver die op de derde plaats staat in de rangschikking van de in de offertes voorgestelde prijzen, om hierover een standpunt in te nemen, en zo verder in de volgorde van de rangschikking van de offertes, zolang geen van de inschrijvers bereid is zijn prijs aan te passen aan de aanbiedingsprijs van de inschrijver die de economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend. Indien alle inschrijvers gerangschikt van de tweede tot de laatste plaats weigeren dit perceel tegen deze prijs uit te voeren, worden aan de inschrijver die de economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend, alle percelen van de opdracht gegund.
Geen van de beslissingen die kunnen worden genomen door de inschrijvers die van de tweede tot de laatste plaats zijn gerangschikt, houden een wijziging in van de offertes die zij vóór het verstrijken van de daartoe gestelde termijn hadden ingediend of een onderhandeling met de aanbestedende dienst. Geen enkele inschrijver heeft immers de mogelijkheid om door een wijziging van zijn offerte of door enige onderhandeling zijn plaats in de rangschikking of de prijs waartegen het contract voor een van de percelen van de opdracht zal worden gegund, te wijzigen.
Het Hof leidt hieruit af dat een wijze van plaatsing van een opdracht als die welke in het hoofdgeding aan de orde is – zonder dat daarbij de beginselen van gelijke behandeling en transparantie worden geschonden – valt onder het in de richtlijn betreffende overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten bedoelde geval, te weten het geval waarin een aanbestedende dienst besluit een opdracht te gunnen in de vorm van afzonderlijke percelen, waarbij in de aanbestedingsstukken wordt aangegeven of het is toegestaan een inschrijving in te dienen voor één perceel, voor meerdere percelen of voor alle percelen en wordt vermeld welke objectieve en niet-discriminerende criteria bij de gunning van de percelen worden toegepast.
Gelet op de voorgaande overwegingen verklaart het Hof voor recht dat de in de richtlijn neergelegde beginselen van gelijke behandeling en transparantie er niet aan in de weg staan dat in het kader van een procedure voor het plaatsen van een overheidsopdracht die in percelen is verdeeld, aan de inschrijver die de op een na economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend, overeenkomstig de in de aanbestedingsstukken vastgestelde voorwaarden, een perceel wordt gegund op voorwaarde dat hij ermee instemt met betrekking tot dit perceel het materiaal te leveren en de diensten te verrichten tegen dezelfde prijs als die welke is voorgesteld door de inschrijver die de economisch voordeligste inschrijving heeft ingediend en aan wie daarom een ander, groter perceel van die opdracht is gegund.