18.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 329/4


Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 20 juni 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Szegedi Törvényszék — Hongarije) — SOLE-MiZo Zrt / Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága

(Zaak C-426/22 (1), SOLE-MiZo)

(“Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 183 - Beginselen van doeltreffendheid en fiscale neutraliteit - Aftrek van voorbelasting - Terugbetaling van het overschot - Berekening van de rente die is verschuldigd wegens de onbeschikbaarheid van het overschot aan aftrekbare btw dat in strijd met het Unierecht is ingehouden - Geldontwaarding”)

(2023/C 329/05)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Szegedi Törvényszék

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: SOLE-MiZo Zrt

Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Fellebbviteli Igazgatósága

Dictum

Artikel 183 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, en de beginselen van doeltreffendheid en fiscale neutraliteit

moeten aldus worden uitgelegd dat:

zij zich verzetten tegen een praktijk van een lidstaat waarbij de rente over de overschotten aan aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde (btw) die door die lidstaat in strijd met het Unierecht onredelijk lang zijn ingehouden, wordt berekend op basis van een rentevoet die overeenkomt met de basisrentevoet van de nationale centrale bank, vermeerderd met twee procentpunten, wanneer de rente over die btw-overschotten loopt tussen de datum waarop de aangifte voor een bepaalde maand moet worden ingediend en die waarop de aangifte voor de volgende maand moet worden ingediend, zonder dat rente wordt toegepast ter compensatie van — na deze periode — door het tijdsverloop veroorzaakte geldontwaarding, die loopt tot een datum die enerzijds ligt na de uitspraak van het arrest waarin het Hof die schending van het Unierecht heeft vastgesteld, en anderzijds voorafgaat aan de daadwerkelijke betaling van de rente over die btw-overschotten, voor zover die praktijk tot gevolg heeft dat de belastingplichtige geen passende vergoeding ontvangt voor de schade die hij lijdt doordat de betrokken bedragen onbeschikbaar zijn, en dat de economische last die voortvloeit uit de onrechtmatig ingehouden belastingbedragen niet wordt gecompenseerd.


(1)   PB C 340 van 5.9.2022