Beschikking van het Gerecht (Achtste kamer) van 9 november 2021 –
Amort e.a./Commissie

(Zaak T‑165/21)

„Beroep tot nietigverklaring – Geneesmiddelen voor menselijk gebruik – Voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor menselijk gebruik ,COVID-19-vaccin Astra Zeneca – COVID-19-vaccin [ChAdOx1-S (recombinant)]’ – Geen procesbelang – Niet rechtstreeks geraakt – Niet individueel geraakt – Niet-regelgevingshandeling – Niet-ontvankelijkheid”

1. 

Beroep tot nietigverklaring – Procesbelang – Beroep dat is ingesteld door een verzoeker die geen adressaat van de bestreden handeling is – Ontvankelijkheid – Voorwaarde – Handeling die bindende rechtsgevolgen ten aanzien van de verzoeker sorteert – Besluit van de Commissie tot afgifte van een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen van een vaccin tegen COVID-19 – Handelingen die de rechtspositie van de verzoeker wijzigen – Geen procesbelang

(Art. 263, vierde alinea, VWEU)

(zie punten 28‑32, 37, 38)

2. 

Beroep tot nietigverklaring – Natuurlijke personen of rechtspersonen – Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken – Rechtstreeks geraakt – Criteria – Besluit van de Commissie tot afgifte van een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen van een vaccin tegen COVID-19 – Verzoeker niet rechtstreeks geraakt

(Art. 263, vierde alinea, VWEU)

(zie punten 40‑42, 47, 48, 51)

3. 

Beroep tot nietigverklaring – Natuurlijke personen of rechtspersonen – Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken – Besluit van de Commissie tot afgifte van een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen van een vaccin tegen COVID-19 – Beroep dat is ingesteld door particulieren die zich beroepen op schending van grondrechten – Niet individueel geraakt

(Art. 263, vierde alinea, VWEU)

(zie punten 52‑56)

4. 

Beroep tot nietigverklaring – Natuurlijke personen of rechtspersonen – Begrip „regelgevingshandeling” in de zin van artikel 263, vierde alinea, VWEU – Elke handeling van algemene strekking met uitzondering van wetgevingshandelingen – Besluit van de Commissie tot afgifte van een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen van een vaccin tegen COVID-19 – Daarvan uitgesloten

(Art. 263, vierde alinea, VWEU)

(zie punten 57, 58)

5. 

Grondrechten – Recht op effectieve rechterlijke bescherming – Toetsing van de wettigheid van de handelingen van de Unie – Nadere regels – Bescherming van dat recht door de Unierechter of door de nationale rechterlijke instanties naargelang van de juridische aard van de bestreden handeling

(Art. 19, lid 1, VEU; art. 263, 267 en 277 VWEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 47)

(zie punten 63‑66)

Voorwerp

Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van uitvoeringsbesluit C(2021) 698 final van de Commissie van 29 januari 2021 tot verlening, op grond van verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad, van een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor menselijk gebruik „COVID-19-vaccin AstraZeneca – COVID-19-vaccin [ChAdOx1-S (recombinant)]”

Dictum

1) 

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.

2) 

Op de verzoeken om toelating tot interventie die zijn ingediend door TN, TR en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage II, door VH en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage II, door Stefano Del Gaudio en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage II, en door Dieter Achtschin en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage II, hoeft niet meer te worden beslist.

3) 

Heidi Amort en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage I, worden verwezen in de kosten.

4) 

TN, TR en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage II, VH en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage II, Stefano Del Gaudio en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage II, en Dieter Achtschin en de overige personen van wie de namen zijn vermeld in bijlage II, dragen hun eigen kosten in verband met de verzoeken om toelating tot interventie.