6.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 490/48


Beroep ingesteld op 12 september 2021 — Swords/Commissie

(Zaak T-586/21)

(2021/C 490/58)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Patrick Swords (Dublin, Ierland) (vertegenwoordiger: G. Byrne, Barrister-at-Law)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

vernietiging van het impliciete besluit van de Commissie van 13 juli 2021 tot weigering van toegang tot documentatie waarom verzoeker heeft verzocht (1);

verwijzing van de Commissie in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker twee middelen aan.

1.

Eerste middel: door de weigering van toegang tot de documentatie waarom werd verzocht, heeft de Commissie artikel 4, lid 2, derde streepje, van verordening nr. 1049/2001 (2) geschonden.

Volgens verzoeker kan het feit dat met betrekking tot Ierland een onderzoek loopt op zich niet rechtvaardigen dat de uitzondering waarop de Commissie zich heeft gebaseerd om in deze zaak de openbaarmaking te weigeren, wordt toegepast. Het feit dat tal van grondrechten van het betrokken publiek op een zo ongeziene en strenge wijze zo ernstig zijn beperkt, had in het nadeel moeten werken van het besluit om in de context van deze zaak openbaarmaking te weigeren. Dienaangaande stelt verzoeker dat de Commissie heeft nagelaten deze beperking strikt uit te leggen en toe te passen, gelet op het ongemak dat het betrokken publiek heeft geleden in het kader van de extreme maatregelen die Ierland heeft opgelegd, die burgerlijke vrijheden en grondrechten schenden op een manier die in de geschiedenis van de EU volledig ongezien is. Volgens verzoeker tonen dergelijke overwegingen aan dat de beginselen van transparantie en democratie, samen met de hindernissen voor toegang tot de rechter waarmee het betrokken publiek werd geconfronteerd, in deze zaak bijzonder dringende kwesties zijn, die zwaarder hadden moeten wegen dan de redenen waarop de Commissie zich heeft gebaseerd voor haar weigering om de gevraagde informatie openbaar te maken.

2.

Tweede middel: als de door de Commissie aangevoerde uitzondering van toepassing was, dan heeft de Commissie ten onrechte niet erkend dat verzoekers verzoek in uitzonderlijke omstandigheden werd ingediend, en ten onrechte besloten dat er geen hoger openbaar belang openbaarmaking van de gevraagde informatie gebood. Bijgevolg levert het besluit van de Commissie volgens verzoeker schending op van artikel 4, lid 2, derde streepje, laatste zin, van verordening nr. 1049/2001.

De extreme maatregelen die Ierland heeft genomen met betrekking tot reizen binnen de EU schonden burgerlijke vrijheden en grondrechten op een manier die in de geschiedenis van de EU volledig ongezien was. Hierdoor werd ernstig geraakt aan verschillende fundamentele vrijheden, waaronder het recht van vrij verkeer van personen, het recht om te werken en het recht op toegang tot de rechter. Gelet op de ongeziene aard van de opgelegde beperkingen, in combinatie met de ernstige schendingen van grondrechten, stelt verzoeker dat zijn verzoek duidelijk werd ingediend in uitzonderlijke omstandigheden, die de Commissie niet in overweging heeft genomen om tot het besluit te komen om openbaarmaking te weigeren. Dat de Commissie in de context van deze zaak de voorkeur geeft aan vertrouwelijkheid, vormt volgens verzoeker een verzaking aan de plicht om het recht van het betrokken publiek op een doeltreffende voorziening in rechte en op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn te waarborgen.

Door openbaarmaking van de betrokken informatie te weigeren, worden de betrokken burgers aanzienlijk benadeeld en deze weigering vormde een ernstige belemmering van hun mogelijkheid om de vermeende gronden voor de opschorting van grondrechten die verband houden met reizen binnen de EU doeltreffend aan te vechten. Bovendien voert verzoeker aan dat de Commissie de mogelijkheid voor de betrokken EU-burgers om hun regering ter verantwoording te roepen voor de ernstige schendingen van hun op grond van het Unierecht gewaarborgde rechten, op onverantwoordbare wijze heeft belemmerd, en dit element had als zodanig in het voordeel moeten werken van de eerbiediging van het transparantiebeginsel als bedoeld in de Verdragen en in verordening nr. 1049/2001.

Verzoeker stelt ten slotte dat vaststaat dat het recht op toegang tot informatie een essentieel instrument is om de grondrechten en de burgerlijke vrijheden in de EU te verdedigen, om toegang tot de rechter in het algemeen en in milieuaangelegenheden zoals in de onderhavige zaak te verzekeren, en om regeringen ter verantwoording te roepen. In casu zal de betrokken documentatie ofwel een of meer concrete voordelen voor de volksgezondheid (zoals bedoeld in de desbetreffende aanbevelingen van de Raad) aan het licht brengen, die de maatregelen ter bestrijding van COVID-19 rechtvaardigen, ofwel zal zij dit niet doen. Aangezien de betwiste maatregelen ongezien, extreem en belastend zijn voor EU-burgers die hun recht van vrij verkeer willen uitoefenen en/of binnen de EU willen werken, is toegang tot de gevraagde documentatie een zaak van dringend openbaar belang die het voor het betrokken publiek gemakkelijker zal maken om actie te ondernemen om hun grondrechten te verdedigen en te beschermen en om de Ierse regering ter verantwoording te roepen voor de extreme maatregelen die zij heeft genomen.


(1)  Noot: de documenten waartoe verzoeker om toegang verzoekt zijn de documenten die de Europese Commissie van Ierland heeft ontvangen inzake de vermeende voordelen voor de volksgezondheid als gevolg van de reisbeperkingen binnen de EU sinds het begin van de COVID-19-pandemie.

(2)  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB 2001 L 145, blz. 43).