ARREST VAN HET GERECHT (Zesde kamer)
8 juni 2022 ( *1 )
„Uniemerk – Procedure tot vervallenverklaring – Uniewoordmerk UM – Normaal gebruik van het merk – Gebruik met toestemming van de houder – Gebruik in de vorm waarin het merk is ingeschreven – Artikel 51, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 207/2009 [thans artikel 58, lid 1, onder a), van verordening (EU) 2017/1001] – Vertegenwoordiging van de houder van het merk – Bewijs van het gebruik dat binnen de gestelde termijn is overgelegd”
In zaak T‑293/21,
Ulrike Muschaweck, wonende te München (Duitsland), vertegenwoordigd door C. Konle, advocaat,
verzoekster,
tegen
Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO), vertegenwoordigd door D. Walicka als gemachtigde,
verweerder,
andere partij in de procedure bij de kamer van beroep van het EUIPO, interveniënt bij het Gerecht:
Joachim Conze, wonende te München, vertegenwoordigd door H. Bolte, advocaat,
betreffende een beroep tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 15 maart 2021 (zaak R 2260/2019‑2) inzake een procedure tot vervallenverklaring tussen Ulrike Muschaweck en Joachim Conze,
wijst
HET GERECHT (Zesde kamer),
samengesteld als volgt: A. Marcoulli (rapporteur), president, J. Schwarcz en C. Iliopoulos, rechters,
griffier: E. Coulon,
gezien de stukken,
gelet op het feit dat de partijen geen verzoek tot vaststelling van een terechtzitting hebben ingediend binnen de termijn van drie weken nadat de sluiting van de schriftelijke behandeling is betekend en na te hebben besloten op grond van artikel 106, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht om uitspraak te doen zonder mondelinge behandeling,
het navolgende
Arrest ( 1 )
[omissis]
Conclusies van partijen
|
14 |
Verzoekster verzoekt het Gerecht in wezen:
|
|
15 |
Het EUIPO en interveniënt verzoeken het Gerecht:
|
In rechte
[omissis]
Tweede middel: tardieve overlegging van de opmerkingen van artsenpraktijk HUMJC voor de nietigheidsafdeling
[omissis]
|
38 |
In dit verband blijkt uit de rechtspraak dat de richtsnoeren voor onderzoek van het EUIPO – al zijn zij niet bindend – een referentiebron zijn van de praktijk van het EUIPO op het gebied van merken [arrest van 18 september 2015, Federación Nacional de Cafeteros de Colombia/BHIM – Hautrive (COLOMBIANO HOUSE), T‑387/13, niet gepubliceerd, EU:T:2015:647, punt 45]. |
|
39 |
Die richtsnoeren vormen de codificatie van een gedragslijn die het EUIPO zelf beoogt te volgen, zodat hieruit, onder voorbehoud van de overeenstemming ervan met hogere rechtsbepalingen, een zelfbeperking van het EUIPO resulteert, aangezien het moet voldoen aan de regels die het zichzelf heeft opgelegd (zie arrest van 18 september 2015, COLOMBIANO HOUSE, T‑387/13, niet gepubliceerd, EU:T:2015:647, punt 46 en aldaar aangehaalde rechtspraak). |
|
40 |
Na deze verduidelijking zij opgemerkt dat punt 4.3 van de richtsnoeren voor onderzoek van het EUIPO bepaalt dat wanneer een verzoek om verlenging van een verlengbare termijn wordt ingediend vóór deze verstrijkt en dit verzoek niet wordt aanvaard, aan de betrokken partij ten minste één dag wordt toegekend opdat zij de termijn kan eerbiedigen, ook al is het verzoek om verlenging op de laatste dag vóór het verstrijken van de termijn ingekomen. Om het nuttige effect van punt 4.3 van de richtsnoeren van het EUIPO te behouden, dient te worden geoordeeld dat de nieuwe termijn wordt toegekend vanaf het tijdstip waarop de instantie van het EUIPO waarbij het verzoek om verlenging van een termijn is ingediend, haar antwoord meedeelt. |
|
41 |
In casu is de termijn waarvan artsenpraktijk HUMJC een tweede keer om verlenging verzocht, ten eerste een verlengbare termijn. Overeenkomstig punt 4.3 van de richtsnoeren van het EUIPO wordt een tweede verzoek om verlenging van dezelfde termijn immers afgewezen, tenzij de „uitzonderlijke omstandigheden” die de partij die dit verzoek indient hebben verhinderd om tijdens de twee vorige termijnen (dit wil zeggen de oorspronkelijke termijn plus de eerste verlenging) de vereiste stappen te ondernemen, en haar nog steeds verhinderen om deze te ondernemen, zodat nog meer tijd nodig is, door haar naar behoren worden uiteengezet en gerechtvaardigd. |
|
42 |
Ten tweede blijkt uit het dossier dat het tweede verzoek om verlenging van de termijn om de bewijzen van het gebruik van het litigieuze merk over te leggen, door artsenpraktijk HUMJC op de laatste dag vóór het verstrijken van deze termijn is ingediend. |
|
43 |
Ten derde beweert verzoekster, die in haar schriftelijke stukken zelf naar punt 4.3 van de richtsnoeren van het EUIPO verwijst, geenszins dat dit punt strijdig zou zijn met een hogere rechtsbepaling. Overigens blijkt niet dat de toekenning, in wezen uit billijkheidsoverwegingen, van minstens één dag termijnverlenging naar aanleiding van een verzoek om verlenging van een termijn dat op de laatste dag van deze termijn werd ingediend, een dergelijke bepaling zou schenden. |
|
44 |
Bijgevolg kan, zonder dat uitspraak hoeft te worden gedaan over de gegrondheid van de motivering van het antwoord van de nietigheidsafdeling van 15 januari 2018, worden volstaan met de vaststelling dat de nietigheidsafdeling, in antwoord op het tweede verzoek om verlenging van de termijn om de bewijzen van het gebruik van het litigieuze merk over te leggen, zich niet had kunnen beperken tot de afwijzing van dit verzoek, maar dat zij overeenkomstig de richtsnoeren voor onderzoek van het EUIPO en zoals zij heeft gedaan, een extra termijn moest toekennen die aanving op de dag waarop zij haar antwoord meedeelde. Aangezien de litigieuze bewijzen zijn overgelegd tussen de indiening van het tweede verzoek om verlenging van de termijn om de bewijzen van het gebruik van het litigieuze merk over te leggen, en het antwoord van de nietigheidsafdeling van 15 januari 2018, konden deze bewijzen bijgevolg in ieder geval niet als tardief worden beschouwd. Derhalve heeft noch de nietigheidsafdeling noch de kamer van beroep blijk gegeven van een onjuiste opvatting door voor het onderzoek van het gebruik van het litigieuze merk rekening te houden met deze bewijzen. [omissis] |
|
HET GERECHT (Zesde kamer), rechtdoende, verklaart: |
|
|
|
Marcoulli Schwarcz Iliopoulos Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 8 juni 2022. ondertekeningen |
( *1 ) Procestaal: Duits.
( 1 ) Enkel de punten van dit arrest waarvan het Gerecht publicatie nuttig acht, worden weergegeven.