|
11.7.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 266/28 |
Beschikking van het Gerecht van 7 april 2022 — Bloom / Parlement en Raad
(Zaak T-645/21) (1)
(“Beroep tot nietigverklaring - Gemeenschappelijk visserijbeleid - Verordening (EU) 2021/1139 - Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur - Financiële steun die in gedeeld beheer met de lidstaten wordt verstrekt - Niet-subsidiabele concrete acties of uitgaven - Uitzonderingen op het ontbreken van subsidiabiliteit - Vereniging ter bescherming van het mariene milieu - Wetgevingshandeling - Niet individueel geraakt - Niet rechtstreeks geraakt - Recht op effectieve rechterlijke bescherming - Niet-ontvankelijkheid”)
(2022/C 266/35)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Bloom (Parijs, Frankrijk) (vertegenwoordigers: C. Saynac en L. Chovet-Ballester, advocaten)
Verwerende partijen: Europees Parlement (vertegenwoordigers: G. Ricci en I. Terwinghe, gemachtigden), Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: F. Naert en A. Nowak-Salles, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot gedeeltelijke nietigverklaring van verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van verordening (EU) 2017/1004 (PB 2021, L 247, blz. 1).
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt verworpen. |
|
2) |
Op het verzoek tot interventie van de Europese Commissie hoeft niet meer te worden beslist. |
|
3) |
Bloom draagt haar eigen kosten en die van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. |
|
4) |
De Commissie draagt haar eigen kosten in verband met het verzoek tot interventie. |