Zaak C‑471/21 P(R)
Inivos Ltd
en
Inivos BV
tegen
Europese Commissie
Beschikking van de vicepresident van het Hof van 1 december 2021
„Hogere voorziening – Kort geding – Overheidsopdrachten – Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking van de aankondiging van de opdracht – Verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade”
Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Voorlopige maatregelen – Toekenningsvoorwaarden – Spoedeisendheid – Ernstige en onherstelbare schade – Bewijslast – Schade die met voldoende mate van waarschijnlijkheid voorzienbaar is
(Art. 278 en 279 VWEU)
(zie punt 64)
Kort geding – Opschorting van tenuitvoerlegging – Toekenningsvoorwaarden – Spoedeisendheid – Beoordeling in geschillen betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten – Ernstige schade – Toereikend in geval van een bijzonder ernstige fumus boni juris bij een kennelijke en ernstige onrechtmatigheid – Voorwaarde – Indiening van het verzoek in kort geding binnen de wachttermijn voor sluiting van de overeenkomst met de aanbestedende dienst – Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking van de aankondiging van de opdracht – Niet-toepasselijkheid van de opschortende termijn
[Art. 278 VWEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 47; verordening 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad, art. 175, lid 3; richtlijn 89/665 van de Raad, art. 2, lid 7, art. 2 bis, lid 2, en art. 2 ter, a); richtlijn 2014/24 van het Europees Parlement en de Raad, art. 32, lid 2, c)]
(zie punten 65, 66, 72‑75, 78, 82)
Recht van de Europese Unie – Beginselen – Erkenning – Toepassing door de Unierechter van een algemeen beginsel waarbij hij rekening houdt met de bepalingen van een richtlijn waarin dat wordt geconcretiseerd – Toelaatbaarheid – Grenzen
(zie punten 67‑71)